|
Omhoog, 29 juli 2001
Gesignaleerd
Groot-oecumene
De Anglicaanse kerk
van Suriname (van de Guyana's) vierde haar 350-jarig
bestaan in een r.k.kerk, de St.Rosakerk. Onder de aanwezigen bevonden zich ook
leden van de Interreligieuze Raad in Suriname. Suriname is toch een uniek land!
SOB in de aanval
De Surinaamse
Onderwijzersbond, de SOB, voelt zich bedrogen door de FOLS. Zij had bij de
laatste stakingen ('akties') geen
standpunt in de zin van de gevolgde 'acties'.
Maar ze heeft dat onvoldoende aan haar leden kunnen bekendmaken. Nu bezoekt ze
de diverse scholen om tekst en uitleg te geven van haar beleid. Ze neemt de tijd
van de pauze van school als overlegtijd. Maar, helaas, de pauzes worden op de
bezochte scholen veelal veel langer dan de voorgeschreven tijd. Het zijn weer de
leerlingen die moeten inleveren.
Gemeenschapszin
Een Chapter van het
Ordewezen in ons land vierde zijn twintig jarig bestaan, in welk verband een
schenking werd gedaan aan het bejaardencentrum Ashiana. Het Ordewezen is er ook
voor de gemeenschap.
De Schepping
bewaren
Leden van
milieu-organisaties in ons land (Red ons bos, Wereldnatuurfonds, Stichting voor
een Schoon Suriname) boden afgelopen maandag de Chargé d'Affaires
van de Amerikaanse ambassade een petitie aan met het verzoek hun zorg aan de
Amerikaanse regering over te brengen omtrent het niet tekenen door de
Amerikaanse regering van de Kyoto-overeenkomst, en om informatie te mogen
ontvangen van constructieve initiatieven van de Amerikaanse regering om de
uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De overhandiging van de Petitie werd
verricht door Jerry Sopawiro van het Katechetische Centrum van ons bisdom.
Verjaard symbool
Op het terrein van de
Memre Boekoekazerne is vanuit de Gravenberchstraat nog steeds de witgeverfde
gevechtswagen te zien waarmee Rambocus toendertijd op de vlucht sloeg nadat de
geplande aanval op het Fort op een fiasco was uitgelopen. Het was lange tijd het
symbool van de vruchteloosheid om tegen het gezag van de coup een tegencoup te
proberen. Welke functie heeft die gevechtswagen nu nog?
Verboden te roken
De PAS heeft veel van
zijn accomodatie vernieuwd, zo ook zijn keuken die mede dienst doet als
ontmoetingsruimte 's morgens om 10.30 uur voor het eigen
persponeel. Met de vernieuwing is er ook een nieuwe houding tegenover het roken
ingenomen: Verboden Te Roken staat er duidelijk op de keukendeur. Voor verwoede
rokers niet direct reden om het roken te staken, maar om eerder de ruimte te
verlaten.
Een kerkelijk 'tegengif'
tegen globalisatie
De G8-top te
Genua, Italië, vorige week, is de Wereldkerk niet ontgaan. Op vele plaatsen
werden boodschappen geformuleerd voor de wereldleiders, elders voor de kerk
zelf. Jongeren worden opgeroepen om 'een tegengif te
ontwikkelen tegen globalisatie' (kardinaal Tettamanzi van
Genua) ; felle kritiek tegen kinderarbeid, wapenhandel, schendingen van rechten
van de vrouw, gedwongen migraties,e.d.(Salesianen); alle mensen van goede wil
werden opgeroepen om ervoor te zorgen dat de hele mensheid beter zal worden van
globalisatie (paus Johannes Paulus II).
Begin juli kwamen in
Rome leden van katholieke groepen en bewegingen bijeen om een boodschap te
formuleren voor de wereldleiders die een week later op de G8-top, in Genua,
bijeen zouden komen. De G8 staat voor de 7 rijkste landen van de wereld: de VS,
Engeland, Frankrijk, Italië, Duitsland, Canada en Japan samen met Rusland. Dit
vanuit de constatering dat het huidig proces van globalisatie arme landen en
honderden miljoenen mensen dreigen te isoleren en te marginaliseren. Zij riepen
de wereldleiders op om meer menswaardigheid en solidariteit in het proces van
globalisatie te brengen.
Kardinaal Diogini
Tettamanzi riep op deze bijeenkomst vooral de jongeren op om zich te engageren
in vrijwilligerswerk als tegengif tegen de huidige trend van globalisatie. Hij
herinnerden de jongeren aan de opdracht van paus Johannes Paulus II tijdens de
Wereld Jongerendagen in Rome in 2000 om 'nooit te
berusten in een wereld waarin mensen van honger omkomen of verstoken blijven van
onderwijs en van fatsoenlijk werk.' 'Geloof,'
zo stelde hij, 'dwingt christenen om niet onverschillig
te blijven tegenover dat soort van problemen. Het stimuleert juist om zich
ervoor in te zetten de politiek en economisch verantwoordelijken uit te dagen om
binnen het huidig proces van globalisatie rekening te houden met het algemeen
belang van alle burgers van de wereld, naar absolute eisen van gerechtigheid en
solidariteit.'
Paus Johannes Paulus
II sprak bedevaartgangers, leden van deze bijeenkomst en anderen op het St.
Pietersplein ook hierover aan en hield de wereldleiders voor dat de Kerk met
alle mensen van goede wil ervoor zal zorgen dat de hele mensheid beter zal
worden van globalisatie. 'De universele toewijzing van de
goederen van de aarde is immers een hoeksteen van de sociale leer van de kerk,'
benadrukte hij.
In een ontmoeting met
leden van de Europese Automobielindustrie een paar dagen later stelde hij dat
globalisatie nieuwe mogelijkheden van vooruitgang opent, maar dat er voor
gewaakt moet worden dat datzelfde proces niet miljoenen mensen buitensluit en
dat het het milieu niet vernietigt. De industrie leiders riep hij op om respect
te hebben voor de menselijke waardigheid en om ruimte te laten voor persoonlijke
creativiteit op de werkplaats. 'Bekijk de wereld niet
alleen vanuit een economisch, maar ook vanuit een spiritueel gezichtspunt,'
zo besloot hij.
Massamedia
In Puebla, Mexico,
waren in diezelfde tijd, leden bijeen van de afdelingen van Cultuur van de
Bisschoppenconferenties van Amerika, samen met de president van de Pauselijke
Raad van Cultuur, kardinaal Paul Poupart. Zij bespraken de invloed van de
massamedia. De macht van deze media is in handen van enkelingen, het nieuws dat
gebracht wordt, zoals door het machtige CNN-netwerk, dient niet de belangen van
de totale wereldbevolking. De visie van CNN strookt niet altijd met die van de
Kerk. Kardinaal Claudio Hummes van Sao Paulo stelde dat die omstandigheid
bijzondere eisen stelt aan het cultuurpastoraat van de kerk. Vooral in grote
steden. Daar moet de kerk de mensen helpen hun band te behouden met de cultuur
van waaruit zij afkomstig zijn en de mensen te begeleiden op de weg van
integratie in grotere nationale en mondiale verbanden. Hij wees op de noodzaak
van de vorming van priesters en leken die betrokken zijn bij de opvang en
begeleiding van migranten en vluchtelingen.
G8 top aangevallen
Het is de
wereldleiders in Genua niet gelukt om de grote tegenstellingen waaronder de
wereldgemeenschap gebukt gaat op te lossen, zoals onder meer met betrekking tot
de broeikasgassen en de klimaatverandering, met betrekking tot de schuldenlast
van de arme landen en met de ontoegankelijkheid van basis geneesmiddelen voor
honderden miljoenen mensen. Er waren wel positieve resultaten zoals de
toezegging van $ 1,2 miljard voor de preventie en bestrijding van Aids in de
wereld, vooral Afrika, en een Gedetailleerd plan voor de bestrijding van de
armoede op het Afrikaans continent. Het plan wordt nu voorbereid door
vertegenwoordigers van Nigeria, Algerije, Zuid Afrika en Senegal. Het kan
overigens nauwelijks toegeschreven worden aan de G8-top op zich. Het betreft
immers onderwerpen, die ook elders in het mondiaal overleg aan de orde komen,
zoals van de Wereld gezondheidsorganisatie- W.H.O. en de overige organen van de
Verenigde Naties.
De G8 werd hard
aangevallen door leden van het Sociaal Forum van Genua, waar meer dan 800
organisaties in de wereld bij aangesloten zijn, waaronder milieu-,
mensenrechten- en kerkelijke organisaties. Dit Forum vraagt om doorbraken van
onrechtvaardige wereldstructuren. Als dan bij het overleg op deze G8-top geen
wezenlijke besluiten worden genomen, en geen doorbraken worden gerealiseerd,
wordt het nut van dit soort dure wereldvergaderingen terecht in twijfel
getrokken en bekritiseerd. Het is te betreuren dat elementen die geweld als
strijdmiddel voorstaan voor een vertekening zorgden van het onderwerp waar het
in feite omgaat: het scheppen van meer rechtvaardige en solidaire structuren van
samenleven. Het kwam in Genua tot botsingen tussen leden van het Sociaal Forum
en het politiecordon dat om de wereldleiders heen was getrokken. Sinds de
vergadering van de Wereld Handels organisatie W.T.O., zijn dit soort botsingen
bij mondiale overlegsituaties schering en inslag geworden. Twee standpunten
lijken nu tegenover elkaar te staan: de G8 vergaderingen minder bereikbaar te
doen zijn voor de bevolking, vergaderingen op weinig toegankelijke locaties, of
het scheppen van betere overlegstructuren tussen het Sociaal Forum en de
Wereldleiders. Totdat de structuren van overleg en samenwerking zijn gevonden ('de
Kerk met alle mensen van goede wil') om een werkelijk
antwoord te ontwikkelen op de toenemende kloof tussen arm en rijk in de wereld.
Salesianen deden oproep tot G8-leiders
Salesianen zijn de
volgelingen van Don (Giovanni) Bosco, leden van de Don Bosco beweging die
wereldwijd verspreid is over 123 landen. Ze gaan terug op Don Bosco (1815-1888)
die in de snel industrialiserende Noorditaliaanse stad Turijn aandacht vroeg
voor jonge zwervers op zoek naar werk en een onderkomen. Hij stelde 'oratoria'
in, opvangcentra voor hen. Hij stichtte twee congregaties: de Salesianen en de
Zusters van Don Bosco.
Het generaal kapittel
van de Salesianen riep in een boodschap naar aanleiding van de ontmoeting van de
leiders van de 7 rijkste industrielanden en Rusland de internationale
gemeenschap op om haar eerdere beloften na te komen. Zij formuleerden tevens
een aantal verzoeken inzake vrede en gerechtigheid. Tijdens hun bijeenkomst in
het Mexicaanse Guadelajara klaagden de Salesianen de onmenselijke situaties aan
waarin ontelbare mensen in de hele wereld moeten leven; ze vielen tevens fel uit
naar kinderarbeid en naar schendingen van de rechten van vrouwen. Daarnaast
uitten ze ook felle kritiek op de wapenhandel, de schendingen van de
godsdienstvrijheid, allerhande slachtpartijen en de gedwongen migraties. Omdat
vaak 'met weinig toch veel bereikt kan worden',
formuleerden ze ook een reeks van acht voorstellen, die onder meer betrekking
hebben op de uitbouw van een alternatieve markt. Die zou ook de bevolking van
het zuiden toegang moeten geven tot de producten en tegelijkertijd een 'eerlijke
prijs' garanderen voor hun goederen. Een ander voorstel
was de invoering van de Tobin-taks (een belasting op grensoverschrijdende
financiële - vaak speculatie- transacties). Daarnaast vroegen ze ook om de
afschaffing van de buitenlandse schuldenlast van de armste landen, om een
makkelijker toegang tot de levensnoodzakelijke medicijnen en om het einde van de
internationale wapenhandel. Ze herhaalden tevens de oproep voor een drastische
vermindering van de budgetten die worden uitgegeven aan bewapening. Tenslotte
spraken de Salesianen de belofte uit om meer solidair te zijn en dichter bij de
bevolking van Afrika, Latijns-Amerika, Azië en Oceanië te leven en in het
bijzonder bij al diegenen die ongelukkig, zwak en weerloos zijn.
Deze schulden zijn immoreel en illegaal
Priesters,
religieuzen en leken van missionaire congregaties kwamen samen met verenigingen
uit de hele wereld op vrijdag 20 en zaterdag 21 juli in Genua in een gebeds- en
vastenactie bijeen in de Sant'Antoniokerk in Bocaddasse,
Genua. Met hun actie vroegen ze meer aandacht voor vrede, rechtvaardigheid en
solidariteit.
In een verklaring
schreven de organisatoren: (We leven temidden van de armen uit het zuiden van de
wereld en we zien hoe de internationale schuldenlast en structurele maatregelen
van het IMF de mensen waaronder we werkzaam zijn vernederen en van honger doen
omkomen (...) Dag na dag zien we hoe mannen, vrouwen en kinderen uitgebuit en
misbruikt worden. In een antwoord op de oproep van paus Johannes Paulus II
willen we actief betrokken blijven en roepen we de G8-leiders op om over te gaan
tot de kwijtschelding van de schulden van deze verarmde landen. Paus Johannes
Paulus II had op 8 juli de wereldleiders al opgeroepen om de schreeuw van de
armsten te horen en ervoor te zorgen dat de globalisering ten goede zou komen
aan de hele wereldbevolking. Pater Francesco Bernardi, die aan deze gebeds- en
vastenactie deelnam, verklaarde dat deze topbijeenkomst eigenlijk ook zou moeten
bijgewoond worden door vertegenwoordigers zelf van de Afrikaanse, Aziatische
landen en van de landen die in moeilijkheden zijn: 'De
problemen die hier besproken worden bestaan al jaren maar de oplossingen laten
veel te lang op zich wachten. Al veertien jaar geleden vroeg kardinaal Evaristo
Arns om de internationale schulden af te schaffen omdat ze 'immoreel,
illegaal en onwettelijk' zijn omdat ze werden aangegaan
door dictators die het volk niet vertegenwoordigen'.
Bron: Kerknet
Vlaanderen
'Misdrijf tegen het nageslacht'
In mijn boek
'Weidmann, grondlegger van het algemeen kiesrecht in
Suriname' heb ik met feiten stelling genomen tegen het
boek 'Jagernath Lachmon', geschreven door drs. Evert Azimullah, waarin hij de
V.H.P. leider naar voren schuift als de initiatiefnemer van het algemeen
kiesrecht voor man en vrouw in Suriname. Een docent aan onze universiteit
beweert hetzelfde. Een blijk van geschiedvervalsing.
Wie het boek zonder
kennis van zaken leest, zal het met de zienswijze van de schrijver eens zijn.
Hij haalt feiten en data aan om zijn bewering te onderbouwen. Dankzij 'Vooruit',
orgaan van de P.S.V. van april/mei 1948, is het voor mij mogelijk om
gelijkluidende passages uit zijn boek met passages uit genoemd maandblad
tegenover elkaar te plaatsen, zodat u zelf de conclusie m.b.t. de
betrouwbaarheid van het feitenmateriaal van de geachte schrijver kan trekken.
De openingstoespraak
van P.S.V.-voorzitter Weidmann, op de massameeting op het N.G.V.B. terrein op 7
maart 1948, bestaat in dit boek slechts uit vier regels, terwijl de toespraak
van de H.J.P.P.-er (Hindostaanse Javaanse Politieke Partij) Lachmon, volledig in
zijn boek is opgenomen. De beschrijving over die inzet voor het kiesrecht is zo
gedaan, dat pater Weidmann als initiatiefnemer gedegradeerd werd tot
schaduwkandidaat van de heer Lachmon. Citaat uit blz. 48 van het boek: 'Jagernath
Lachmon': 'op 10 februari 1948
sturen de H.J.P.P., de Moslim Partij en de P.S.V. een telegram naar de Tweede
Kamer van de Nederlandse Staten Generaal met de volgende inhoud enz.',
enz. In het maart nummer van 'Vooruit',
orgaan van de P.S.V., van 1948 betreffende hetzelfde telegram, ziet de
ondertekening er zo uit: Progressieve Volkspartij, Moslim Partij, Hindostaanse
Javaanse Politieke Partij. Duidelijk blijkt de schrijver om redenen, als boven
aangegeven, willens en wetens de volgorde in dier voege gewijzigd te hebben, dat
de voorman van de H.J.P.P. aangemerkt wordt als de 'primus inter pares'.
Dat geknoei wordt
consequent doorgevoerd om lezers, die informaties over aktiviteiten van lang
vervlogen tijden missen, te misleiden. Derhalve is het chapiter over de
toewijzing van de realisering van het algemeen kiesrecht onbetrouwbaar. Als dan
bedacht wordt, dat die onbetrouwbare informaties aan toehoorders van onze Alma
Mater werden voorgehouden, dan beseft men dat die eens in boekvorm aan jongeren
gepresenteerd zullen worden met alle gevolgen van dien.
Blunders
Natuurlijk zou U
graag van mij willen weten, waarom ik wederom in de pen klim om de geachte
schrijver, drs. Azimullah, van repliek te dienen over de tendentieuze wijze
waarop hij de strijd ter invoering van het algemeen kiesrecht in zijn boek heeft
beschreven. Ik reageer op één der docenten van onze universiteit, die
recentelijk in enkele sessies, in openbare discussies, onder andere de beleving
van de parlementaire democratie in ons land besprak. De uiteenzetting van
genoemde docent tegenover intellectuelen sluit nauw aan bij de inhoud van
Azimullah's boek, dat historisch, zeker wat het hoofdstuk van het algemeen
kiesrecht betreft, zeer omstreden is, vanwege de verdraaiing van authentieke
feiten. Ofschoon ik zelf niet aanwezig was in de aula van de universiteit, heb
ik geen enkele twijfel over de juistheid van de aan mij verstrekte informaties
over gedane uitspraken.
Een groter blunder
was nauwelijks denkbaar, toen de docent de opmerking maakte, dat een leider
(Lachmon) geboren was te Bronsplein. Bedoeld werd de N.G.V.B. waar de
massameeting van de drie partijen op 7 maart 1948 gehouden werd.
E.Wijntuin
Natuurlijk moet het anders!
De Coördinatrice van
de Buitenschoolse Parochie Katechese, Ann Bousaid-Graanoogst, heeft in OMHOOG de
ouders de vraag gesteld of het niet anders moet. Na het toedienen van de
Sacramenten komen veel kinderen zondags niet meer naar de kerk. Ze vroeg zich af
of het wel zin heeft zoveel tijd en energie in de P.K. lessen te steken.
Juist wel! Een kind
moet in het gezin verzorgd worden, bescherming vinden, opgevoed worden en
religieuze richtlijnen krijgen. Jammer genoeg constateren wij vaak dat dit niet
het geval is! In deze chaotische tijd, waarin we telkens worden opgeschrikt door
de wandaden van jeugdigen, is de tijd en inspanning die u en uw team 3 jaren
pro-deo aan de jeugd schenken van onschatbare waarde. U helpt de basis leggen
voor de keuzen die de jeugd moet maken. Op P.K. les komen ze vaak voor het eerst
in aanraking met religie en u leert ze bidden. U wijst ze erop dat God ieder
mens geschapen heeft naar Zijn beeld en gelijkenis, met verstand en een vrije
wil. Systematisch laat u ze kennis maken met de evangelische waarden, de normen
van onze kerkgemeenschap en u wijst hen op hun vrije keuze. Er is tijd voor alle
dingen. Als het tijd is, weten ze dat ze bij God altijd welkom zijn, dat Hij ze
vergeeft en verder wil helpen. U helpt ze bij het voorbereiden van één van de
mooiste tijden in hun leven, waar ze met genoegen aan terug kunnen denken.
Wij wensen u en uw
team een prettige vakantie toe.
Namens de
commissie P.K. Landdag 2001-2002
Zelma Kramp-Bento
Pastoraal voor iedereen - 76
Leo 'Tileon'
Betterson: 'Ik ben in goede handen'
In deze rubriek
wordt de pastoaal van ons bisdom en ons land beschreven. Een stukje
geloofspraktijk: al die mensen die geïnspireerd door hun geloof tijd en energie
aan hun medemensen geven, heel afwisselend van aard, omvang en duur. Ieder naar
zijn eigen talenten. Niet alleen als beschrijving, ook ter navolging: dat het
mensen aan het denken mag zetten: mannen en vrouwen, ouderen en jongeren. Er is
immers behoefte aan 'werkers in de wijngaard'.
Leo Betterson had het
geluk om deel uit te maken van de delegatie van Surinamers in 1982 naar Rome
voor het bijwonen van de zaligverklaring van pater Petrus Donders. Hij was
gekozen uit de katechisten om dit belangrijke gebeuren voor de kerk van Suriname
mee te mogen maken. Een bijzonder ervaring, die hijzelf ervoer als het zoveelste
bewijs dat 'zijn leven,' zoals hij
dat pregnant uitdrukt 'in goede handen is, in goede en
slechte tijden'. Hij toont het onwrikbare vertrouwen dat
God zijn leven leidt. Heel concreet, en heel resoluut, maar soms op een wijze
dat hij het eerst zelf niet merkt. Pas achteraf begrijpt hij de hand van God.
Zoals toen hij als lid van de Mainsi Lo van de Aucaners van een oom van hem de
'kromanti obia' van de Lo kreeg
aangeboden. Hij zou er de drager van worden. Een bijzonder eer binnen de stam.
Velen van zijn Lo verwachtten toen dat hij over bijzondere gaven zou gaan
beschikken, die met het beheren van die krachten samengaan. Het liep anders af,
de 'kromanti obia' van de Mainsi
Lo keerde terug naar de Tapanahony , tot stomme verbazing van velen. De
bijzondere gaven zijn echter niet uitgebleven, niet van deze bron dan, maar van
een hogere bron, van God zelf. Betterson wordt in zijn gemeenschap 'Tileon'
genoemd, oom Leo populair, maar met een extra dimensie van respect en ontzag.
Achteraf heeft
Betterson begrepen hoe God hem in bescherming had genomen, toen op dat kritieke
moment in zijn leven. Hij heeft meer voorbeelden. Zoals hij hoe hij
solliciteerde bij de Suralco voor een baan. Hij werd gekeurd, maar tot tweemaal
toe afgewezen. 'Stel dat ik aangenomen was,'
redeneert Betterson nu, 'dan had ik het werk dat ik nu
als katechiste doe, niet kunnen uitvoeren. Dan had ik daar geen tijd voor gehad.'
En toen dat bezoek aan Rome. Op het St. Pietersplein heeft hij in stilte
gehuild, heel intens. Tranen van dankbaarheid en van lofprijzing eigenlijk. Want
zo heeft God zijn leven geleid. Niet door eigen inspanning, zelfs niet naar
eigen wens, maar puur genade, uitverkoren om de zuivere weg van God te mogen
gaan.
Het gebed
Betterson straalt dat
gevoel van bescherming en veiligheid persoonlijk uit. Vandaar dat vele mensen
graag met hem in contact komen. Mensen ook met hun noden. Hij luisters en bidt
met de mensen. 'Er wordt veel te weinig gebeden in ons
christelijk leven,' benadrukt Betterson, 'we
moeten veel meer onze noden direct aan Hem voorleggen, Hij luistert'. Vanuit
die inspiratie heeft Betterson ook het initiatief genomen om een gebedsserie in
te stellen op Moengo en omgeving. Negen zaterdagen aaneen, steeds 's
avonds om 10.00 uur thuis, - ieder in eigen huis, enkelen samen - bidden om de
jongeren te beschermen geen crimineel gedrag te ontwikkelen. Een eerste
gebedsronde heeft plaats gevonden. Een tweede is begonnen, waarvoor een aantal
onderwerpen onderling werd afgesproken. De katechisten van Moengo en omgeving,
en verschillende leden van de kerk, hebben een weg gevonden om hun noden voor te
leggen aan God, gezamenlijk als gelovige gemeenschap.
Activiteiten
Betterson (geboren in
1927) kwam al jong in contact met de kerk. Hij voelde zich sterk aangetrokken
door katechist Leonard, die hij in al zijn werk volgde. Dat was in de jaren
dertig. Hij heeft zich in 1955 laten dopen. Op weg naar zijn kostgrondje hoorde
hij eens een stem, die hem stelde 'maar je bent nog niet
gedoopt'. De doop door pater Gerritsen ging samen met het
sluiten van het Verbond van hem en zijn vrouw. Het was ook het begin van meer
betrokkenheid bij het kerkwerk. Hij was een trouw kerkbezoeker, en toen pater
Heykers op Moengo kwam, trok hij langzamerhand veel met hem op. Hij begeleidde
hem mee naar de verschillende dorpen, voerde diaconaal werk uit voor de pastor,
zoals het verzamelen van informatie over mensen die in aanmerking komen voor
diaconale hulp; en hij werkte mee aan de steenblokkenpers (de helft van de
stenen is voor de parochie, de helft voor de persoon zelf) .
In 1976 werd hij door
zijn gemeenschap voorgedragen voor de eerste groep van de katechisten opleiding.
Hij behoorde dan ook tot de eerste grote groep die naar het binnenland
uitgezonden werd om het geloof te verkondigen en te helpen onderhouden. Hij werd
belast met het gebied van Abadukondre en omgeving, waar hij Woord- en
Communiediensten leidt, dooplessen verzorgt, preken houdt, en pastorale zorg
verleent aan leden van zijn geloofsgemeenschap.
'Bonoe bribi'
Betterson verbaast
zich erover hoevelen de kerk verlaten en hun heil zoeken bij diverse
geloofsgroepen. Hij betitelt ze als mensen met 'bonoe
bribi'. Zij zoeken een god die wil doen wat zij wensen.
Als ze ziek zijn moet deze god hen genezen. Betterson stelt de prioriteit van
het doen van wat God van ons wil, niet omgekeerd. Zijn houding is samen te
vatten zijn eigen woorden: 'Ik ben in goede handen, in
goede en slechte tijden'. God beproeft ons, en als wij
dicht bij Hem willen zijn, zal Hij ons helpen. Misschien niet op de manier die
wij wensen, maar altijd op een wijze die beter voor ons is.'
Betterson noemt het
voorbeeld van zijn eigen gezin. Niemand van mijn kinderen heeft in de tijd van
de binnenlandoorlog voor één van de strijdende partijen gekozen, noch voor het
leger noch voor het Jungle Commando. Mijn gezin werd door de oorlog dan ook niet
verscheurd. En daar zie ik Gods hand in. Niet gevraagd, wel ontvangen. Met dit
vertrouwen leeft hij, en dat houdt hij ook anderen voor.
In Memoriam
zr. Ancillae Burgos
'Dank
voor uw geduld, liefde en respect'
Op woensdag 18
juli stierf zuster Ancillae Burgos, een markante persoonljkheid in stad en land,
in kerk en maatschappij. Geboren op 23 September 1912 - zij werd 88 jaar- heeft
zij eerst jarenlang het r.k. onmderwijs gediend. In 1950 trad zij in bij de
Zusters Franciscanessen van Oudenbosch , in Nederland, waar zij op 1 mei 1952
haar professie deed. Terruggekeerd in Suriname heeft zij tot aan haar dood God
en de medemens gediend, Waar zij allemaal bij betrokken is geweest kunt u lezen
in de drie bijdragen die u vindt op deze bladzijde. Ze zijn van haar medezuster
en huisgenote, zr. Ann Heidweiler, van mw M .van Els die jarenlang met haar
heeft gewerkt in het onderijws en in de jeugdzorg en van een oud-leerlinge: mw
Philomene Cheng-Hennpe. Zr Ancillae werd woensdag 25 juli ten grave gedragen.
Moge zij rusten in vrede.
Zuster Ancillae
Rudolphine Louise is twaalf jaar mijn huisgenote geweest, waarvan wij haast acht
jaar samen hebben doorgebracht in Fajalobi Masanga. Ik heb haar leren kennen
als een diep gelovige vrouw, die heel wat tijd doorbracht in de kapel. Het is
ook precies daar, dat de Heer haar wenkte dat het tijd was om naar huis te gaan.
Tijdens het bidden van de completen toen zij God dankte voor al het fijne van de
afgelopen dag werd zij door een beroerte getroffen. Haar laatste woorden waren
een lofzang voor de Heer.
Zr.Ancillae had ook
een bijzondere grote liefde voor het kind, vooral voor het zwakke misdeelde
kind. Elke morgen bij het bidden van de rozenkrans vroeg zij God dirngend om
bescherming voor hen en om geode christeljke gezinnen. Een bewuhs van haar grote
bewogenheid voor deze lievelingen van de Heer blijkt uit haar inzet en
doorzettingsvermogen om ondervoede kinderen van e Ancillae Burgosschool een
warme maalktijd te bezorgen. De laatste twee jaren heeft ze hieraan al haar
kracht geschoinken. Geen gelegenheid werd ongebruikt gelaten om voor haar
project te vechten. Het was dan ook een grote voldoening voor haar toen 'Stichting
Kindervriend' een werkelijkheid
werd en met grote dankbaarheid en vreugde keek zij uit naar 21 juli 2001, de
openingsdag van het keukentje.
Jammer genoeg heeft
ze dit niet meer mee mogen maken. De vele kinderen die er een warme maaltijd
zullen krijgen, zullen haar echter nooit vergeten.
Een andere groep die
het ahrt van zr Ancillae gestolen had, waren de oudjes van Ashianan. Voor deze
groep was geen moeite, geld of tiojd teveel.
Op dinsdag morgen
belegde zij met vel zo4rg de beschuitjes voor haar oudjes. Vaak bezorgde zij hun
een lekkere maaltijd. Ze was altijd heel creatief om fondsen hiervoor te
verwerven. Het is maar zelden gebeurd dat zij er met lege handen naar toe ging.
Deze bezorgdheid en het meeleven met haar medemensen heeft zr Ancullae zelf ok
veel levensvreugde vbezorgd. Wij mogen eriop vertrouwen dat God haar hiervoor
een eeuwig thuis heeft bereid
zr. Ann
Heidweiller
Ze begon haar
loopbaan bij het onderwijs met het behalen van de vierderangs in oktober 1931.
Ze klom op tot de hoofdakte in 1947, en behaalde vcerschillende akten: LO
Nuttige Handwerken, 1936; LO Tekenen, 1937; LO Frans, 1960; LO Nederlands, 1965
en LO Engels (In Nederland)
Van 1931 tot en met
1937 heeft ze op drie verschillende lagere scholen in de stad gewerkt, als
eerste op de Petrus Dondersschool. Later werd zij tewerkgesteld in de districten
Saramacca en Nickerie. Ze gaat dan terug naar de stad om later weer
overgeplaatst te worden naar Coronie. Vanaf 1942 werd zij in de stad
tewerkgesteld op de St.Louiseschool, afgewisseld met perioden op de lagere
school.. Ze werd hoofd van de St.Jozef meisjesschool 1952-1957, later hoofd van
de O.L.V.Fatimaschool, 1960-1063, van 1963-1971 directrice van de Chr.
Koningschool, en van 1974-1976 directrice van de Laetitiaschool. Ze begon in
1931 met een salaris van Sf 20,- per maand, wat in 1976 oppgelopen was tot Sf
802,23 per maand.
In haar familie was
zr. Ancillae - 'tante soeur' -
een zeer geziene, lieve, behulpzame, zorgzame en attente nicht en tante. Mar ook
inde samenleving daaor genoemde kwaliteiten en door haar uitzonderlijke lengte
een begrip. Ze stralde respect en rust uit op haar fiets.
In verschillende
besturen van sociale aard heeft ze zitting gehad. Ze trok zich het lot van de
sociaal zwakkeren en bejaarden sterk aan. Ze is ook veel gezien geweest bij de
gedetineerden. Dat kinderen ook aan haar hart en rok trokken was te ,merken aan
haar bemoeienis met Huize Campagne. Haar laatste project is ggeeweest de
stichting voor voieding voor ondefvoede kinderen, waarvan de keuken op zaterdag
21 juli feestlejk in gebruik zou sworden genomen.
Ook in de
jeugdbeweging is ze erg actief geweest. Eerst was zij K.J.V.er (Katholieke Jonge
Vrouwen), de beweging die later omgezet werd tot Gidsen Suriname.
Zr Anciullae heeft
als jeugdleidster samen emt wijlen zr. Jeanne Roelans en juff. Rother veel tijd
besteed aan de vorming van de jeugd. Vooral de oud-gidsen van de St.Bonifaas
hebben veel geahd aan deze tijd en dragen mooie herinneringen met zich me. Dit
bracht met zich mee dat deze oud-gidsen reeds 24 jaar elke derde zondag met zr.
Anciilalae bij elkaar kwamen.
De oud-gidsenb
herinneren zich nog:
- de kampvuren op het
terrein van de St. Jozefschool, nu zr. Ancillae Burgosschool, onder leiding van
Guiido Burgos.
- de reizen met de
boot de Miriam naar Groningen met basa Tony Busropan en de heer Bonoo . Zo'n
reis duurde lang en in de boot werden we bezig gehouden door o.a. Guido Burgos.
In de 24 jaar dat de oud-gidsen bhij elkaar kwamen zijn er verschillende reizen
ondernomen met natuurljk zr.Ancillae erbij. Wij zijn har erg dnakbaar voor
alles. Haar spoor is nu ten einde. Dat zij in vrede mag rusten .
Mw M. van Els
'De schoonheid van
een vrouw is het stralende schijnsel van God's licht'
(Perzisch gezegde)
Beste zuster
Ancillae,
Het is al weer meer
dan dertig jaar dat ik het genoegen heb gehad u te ontmoeten. Als vijftien jarig
meisje, net geëmigreerd vanuit Aruba, zat ik, tijdens de inschrijving, met mijn
ouders in uw kanoortje op de Chirstus Koningschool. Ik kan mij mijn gevoelens
van dat moment nog glashelder herinneren. Gevoelens van angst, ontzag, respect,
bewondering en trots wisselden elkaar af, trwijl ik daar zat en mijn ouders met
u in gesprek waren. Ik was enorm onder de indruk van uw persoon en wel om een
aantal redenen
Ten eerste was daar
de angst.
Vanwege uw postuur stak u torenhoog uit boven anderen en door uw donkere
nonnenhabijt, uw ondoorgrondelijke gezicht en uw strenge blik, had ik het gevoel
dat u dwars door een kind heen kon kikne en dat neits maar dan ook neits aamn uw
aandacht zou ontsnappen. In de loop van de volgende drie jaren leerde ik de
twinkeling en de lach in uw ogen zien. Ik maakte daadwerkeljk kennis met uw
strengheid, maar ook met uw rechtvaardigheid in handelen. De eerste
angstgevoelens waren lang vooredat ik de school verliet volkomen verdwenen.
Ten tweede was daar
het respect en de bewondering. Daar zat een poersoon die enerzijds ontzag
afdwong en anderzijds een geveole van waardigheid en rust uitstraalde naar de
aanwezigen in die kleine kamer, dat je vanzelf rustig werd. In de loop der jaren
ben ik vaak naar het kamertje geroepen. In de 'vermanende'
gesprekken wees u telkens weer op ons eigen verantwoordelijkheidsgevoel met
betrekking tot onze toekomst. De wijze waarop u mij en anderen - in uw taak als
begeleider van een groep meisjes in hun ontwikkeling naar volwassenheid-
tegemoet trad wil ik nu jaren later, omschrijven met een beken Japans gezegde:
'Wie glimlacht is sterker dan wie raast.'
Ten derde was daar
het gevoel van trots, welke ik in jijn kinderlijke onerarenheid neit goed kon
duiden. Met het verstrijken van de jaren ben ik gaan beseffen dat ik trots was
op het feit dat een zwarte vrouw, die herkenbaar was voor opgroeiende meisjes in
de samenleving een zo belangrijjke positie bekleedde. Als u terugkijkt naar al
de jonge dartelende meisjes die u onder uw hoede hebt gehad en die nu
uitgegroeid zijn tot eerzame burgers van de samenleving waar ze deel van
uitmaken, dan mag u met recht trots zijn. Ik dank u voor alle geduld en liefde
en respect die ik tijdens mijn 'Christus Koning'
kjaren van u hebt ontvangen. U was voor mij en voor vele anderen een
identificatie figuur en vcevulde een voorbeeldfunctie, neit alleen om uw zwart
zijn , maar door het feit dat u gekozen had voor een weg naar de Enige Hewer die
ons mensen kracht en wijsheid kan schenken omdatgenene wat je je als doel in eht
aardse leven gesteld hebt te bereikeen. Ik wil mijn dankwoord daarom afsluiten
met de dagtekst van vandaag:
'Alwat gij zult
begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen' (Mt
21,22)
Wat iedereen moet weten over..... (13 en slot)
AIDS
AIDS (=Acquiered
Immunodeficiency Syndrom, oftewel het ziektebeeld van een verworven gebrek aan
immuniteit) is een nieuw wereldprobleem. Iedere natie wordt erdoor bedreigd, en
miljoenen mensen over de gehele wereld zijn reeds besmet met het AIDS-virus. Ook
in Suriname neemt het aantal besmette persoon snel toe.
Het virus dat AIDS
veroorzaakt noemen we HIV (= Human Immunodeficiency Virus). De patiënt sterft
omdat de verdediging van zijn lichaam tegen andere ziekten door dit virus wordt
beschadigd. Er is geen middel tegen AIDS. Het aantal babies dat wordt geboren
met AIDS neemt overal ter wereld toe. Daarnaast zullen er veel kinderen wees
worden omdat hun ouders sterven aan AIDS. Dit zal ook het beeld in Suriname
zijn. De hoofdregels in deze aflevering kunnen, als ze algemeen bekend zijn en
door iedereen worden toegepast, dit toekomstig drama drastisch verkleinen.
Op het ogenblik is
voorlichting naar de bevolking toe het enige wapen dat helpt om de verspreiding
van AIDS tegen te gaan. Daarom moet iedereen weten hoe het oplopen en het
verspreiden van HIV kan worden voorkomen. Voorlichting over AIDS zou,
bijvoorbeeld, in het leerprogramma van de school opgenomen worden, m.n. in het
vak natuuronderwijs.
Hoofdregels met
betrekking tot AIDS
AIDS is een
ongeneeselijke ziekte. Het wordt veroorzaakt door een virus dat kan worden
overgebracht door middel van sexueel contact, besmet bloed en ongesteriliseerde
naalden. Ook een besmette moeder kan het virus overdragen op haar ongeboren
kind.
AIDS wordt
veroorzaakt door een virus, welke bekend staat als HIV (= Human Immunodeficiency
Virus). HIV beschadigt het afweersysteem van het lichaam. Mensen die AIDS hebben
gaan dood, omdat hun lichaam niet meer in staat is andere ernstige ziektes te
bestrijden. AIDS is het late stadium van besmetting met HIV. Vanaf het moment
van besmetting duurt het gemiddeld 7 tot 10 jaar voordat een HIV-infectie zich
ontwikkelt tot AIDS. AIDS is niet te genezen, alhoewel enige medicijnen zijn
ontwikkeld om mensen met AIDS langer gezond te houden.
Degenen die er
zeker van zijn dat zowel zij als hun partner onbesmet zijn en geen andere
sexuele relaties hebben, lopen geen risico om AIDS te krijgen. Degenen die weten
of vermoeden dat dit bij hen misschien niet het geval is, moeten veiliger
vrijen.
Dit houdt in óf sex zonder omgang
(het binnendringen van de penis), óf alleen omgang met gebruik van een condoom.
De enige manier om geen enkel risico te lopen is het zich onthouden van sexuele
omgang. Iets meer zekerheid heb je pas als beide partners getest zijn.
Wederzijdse trouw tussen twee onbesmette partners beschermt beide mensen tegen
HIV.
Vrouwen die zijn besmet met HIV
moeten er ernstig over nadenken voor ze een kind krijgen - en advies zoeken. Eén
baby op de drie van besmette moeders wordt besmet met HIV geboren.
Vrouwen die besmet zijn met HIV
hebben ongeveer 30% kans een besmette baby te krijgen. De meeste besmette baby's
sterven vóór hun derde levensjaar.
Elke injectie met een
ongesteriliseerde naald of spuit is gevaarlijk.
Een naald of spuit kan kleine
hoeveelheden bloed oppikken van de persoon die wordt geïnjecteerd. Als dat bloed
besmet is met HIV en dezelfde naald of spuit wordt gebruikt voor iemand anders,
zonder het eerst gesteriliseerd te hebben, dan kan HIV worden geïnjecteerd bij
de volgende persoon.
Zij die zichzelf inspuiten met drugs
lopen daarom een groot risico om AIDS te krijgen. Dat geldt ook voor hen die
seksuele omgang hebben met degenen die drugs inspuiten. Het inspuiten met drugs
op zich is gevaarlijk. Maar, vanwege het extra groot risico met HIV te worden
besmet, moeten degenen die zich toch inspuiten met drugs nooit de naald of spuit
van een ander gebruiken, of hun eigen naald of spuit door een ander laten
gebruiken.
Ouders en opvoeders moeten hun
kinderen voorlichten over de wijzen waarop HIV wordt overgebracht en hoe dit
voorkomen kan worden.
Naast het beschermen van uzelf en uw
partner, kunt u ook helpen uw kinderen te beschermen tegen HIV door ervoor te
zorgen dat ze de feiten weten over oe besmetting en verspreiding te voorkomen.
Het is van groot belang dat de
juiste waarden en normen aan de jeugd wordt geleerd.
Ondanks dat er in Suriname
verschillende cultuurpatronen zijn, zullen bepaalde algemene waarden en normen
toch aan jongeren geleerd moeten worden. Zo zal, bijvoorbeeld, in de
voorlichting de nadruk gelegd moeten worden op het hebben van een relatie met
één partner.
Ook zal een mentaliteitsombuiging of
een gedragsverandering bevorderd moeten worden. Jongeren moeten geleerd worden
om bewust keuzes te maken en zich niet te laten meeslepen door een groep.
Jongeren moeten ook meer betrokken worden bij de voorlichting, want zij zijn de
beste voorlichters voor hun leeftijdsgenoten.
Heilige van
de Week
H.Alfonsus
Maria de Liguori - 1 augustus
In het verre binnenland van Suriname,
aan de Gran Rio, ligt een dorpje dat de naam draagt van Liguorio. Hoe komt zo'n
dorpje aan die naam. Het dorpje is gesticht door pater Morssink in het begin van
de missionering van de katholieke kerk aan de Boven-Suriname en haar
bronrivieren, Gran Rio en Pikien Rio. Van diverse dorpen daar aan de Gran- en
Pikien Rio kwamen doopleerlingen zich aanmelden. Pater Morssink begreep dat het
enerzijds weinig zin had om op al die (noem het 'heiden') dorpen hier en daar
enkele individuen te dopen, als er niet met hen een christelijke gemeenschap kon
worden gevormd. Daarom nodigde hij alle kandidaten uit om gezamelijk een nieuw
dorp te gaan stichten en dat werd Liguorio. De naam? Pater Morssink was
Redemptorist, een volgeling van de heilige van deze week, Alfonsus Maria de
Liguori. Vandaar. Over de geschiedenis van Liguorio is in de laatste tijd meer
geschreven in OMHOOG met name door pater Toon ten Dorshorst. Deze belicht ook
de grote rol die Tomas Pobosi, hierbij heeft gehad. Dit even terzijde.
Alfonsus, door velen in ons land,
ook in de hogere regionen van ons bisdom, nog altijd hardnekkig Alfonsius
genoemd, was van huis uit een Napolitaans edelman. Brilliant student, fanatiek
achternagezeten door een strenge en ambitieuze vader, presteerde hij het om al
op 17 jarige leeftijd meester in de rechten te zijn. De wereld, zoals dat heet,
lag voor hem open. De wereld? Alfonsus kende 'de wereld' nog niet en hij zou
flink uitglijden en hard op zijn gezicht vallen. Als aankomend advocaatje,
arrogant en flink over het paard getild, werd hem een society-proces
toegeschoven. Hij zou dat wel eens eventjes winnen en de bewondering van heel
Napels naar zich toe trekken Maar hij verloor dat smadelijk door wat men
tegenwoordig 'vormfouten' noemt. Alfonsus liep met open ogen in de val die de
tegenpartij voor hem had opgezet. Hoe kon hij zo stom zijn. Alfonsus was er
kapot van. Hij was meteen klaar met alle juristerij. 'O wereld, nu ken ik je',
was zijn commentaar. Emotioneel, impulsief reagerend, sloot hij zich dagenlang
op in zijn kamer en weigerde alle voedsel en drank. Na drie dagen wist zijn
moeder hem te bewegen om weer te voorschijn te komen. O, die moeders!
Naar de armen
Maar wat nu? Alfonsus was wel
degelijk, ondanks zijn eerzucht, opgevoed met enig sociaal gevoel. Zo kwam hij
een keer per week met een paar medestudenten in het 'Hospitaal der
Ongeneeslijken'. Daar werden de zieken gedropt met wie men geen raad meer wist
en die opgegeven waren. Alfonsus ging met een soort van gebedsgroep de zalen
af. Dat gaf hij nu niet op. Integendeel, hij kreeg steeds meer oog voor de
noden van de lijdenden en de armen. Hij liet zich priester wijden om daar beter
op te kunnen inspelen. Met een stel jonge mede-priesters zat hij al gauw
regelmatig in de armenbuurten van Napels, zeer tot ongenoegen overigens van zijn
vader die hem liever zag als society- en salon-priester dan als sociaalwerkende.
Maar Alfonsus zocht meer. Wat wist hij zelf niet, maar hij voelde aan dat van
hem als priester meer verwacht werd dan wat diakonaal werk, hoe goed en goed
bedoeld dan ook. Het antwoord op zijn onbestemde ideeën en gevoelens kreeg hij
toen hij eens buiten Napels kwam in de dorpen die daar verspreid lagen in de
bergen. Van alle herderlijke zorg verstoken waren die mensen - meest arme
herders - geestelijk aan hun lot overgelaten. Dat sprak hem wel zó aan, dat hij
meteen van dorp tot dorp begon rond te trekken om daar het evangelie te
verkondigen: te preken, te dopen, kinderen voor te bereiden op hun eerste
H.Communie en het parochieleven te stimuleren. Terug in Napels, sprak hij zo
enthousiast over het werk dat hij daar als priester gevonden had, dat hij een
aantal jonge priesters bereid vond om met hem mee te gaan. Maar zo eenvoudig was
dat ook weer niet. Heel wat van die jonge gezellen lieten hem vroeg of laat in
de steek; niet zo verwonderlijk overigens want Alfonsus was erg fanatiek en
veeleisend. Hij spaarde zichzelf niet, maar ook anderen niet. Tenslotte krijgt
hij toch een min of meer vaste groep om zich heen, maar toen ging de Kerk als
instituut er zich mee bemoeien en met name de plaatselijke bisschop Falcoia:
'Wat is dat daar? Gaat dat zomaar? Wie heeft jullie verlof of opdracht gegeven
om in mijn bisdom te werken? Wat voor groep zijn jullie eigenlijk?' Het leidde
ertoe dat Alfonsus gedwongen werd een officieel kerkelijk instituut op te
richten, een congregatie. Na veel geharrewar, gehaal en getrek, vooral van de
kant van die bisschop Falcoia, werd de Congregatie van de Allerheiligste
Verlosser opgericht, beter bekend als Redemptoristen (Verlosser in het latijn is
Redemptor). Alle moeilijkheden nu voorbij? Allerminst.
Kerkleraar
Nu ging de politiek er zich mee
bemoeien. Met name de koning van Napels meende zijn zegje te kunnen doen en te
kunnen bepalen waar die nieuwe congregatie zou gaan werken en waar niet. Dat
leverde een conflict op met 'Rome', wat er toe leidde dat de congregatie in
tweeën gesplitst werd, één deel in Rome, één deel in Napels. Alfonsus werd
gedwongen om zich alleen maar te bemoeien met het Napolitaanse deel. Hij stierf
uiteindelijk, zeer oud voor die tijden, op 91 jarige leeftijd als bisschop van
St.Agatha dei Ghoti.
Alfonsus heeft het avontuur met zijn
congregatie gewoon overleefd. Hij is doorgegaan met te werken als priester waar
hij maar kon. Alfonsus was een man die niet stil kon zitten. Toen hij zijn
congregatie niet meer kon besturen, wierp hij zich op ander werk. Hij begon te
schrijven. Hij werd de grote autoriteit op het gebied van de moraaltheologie,
waarbij hij de kerk, priesters, biechtvaders en predikanten, in de pastoraal
het midden leerde houden tussen gestrengheid en mildheid. Alfonsus raakte diep
doordrongen van Gods liefde voor de mens in Jezus. Dat spreekt als het ware uit
elke bladzijde van zijn talrijke werken. Tegen de strenge, rigoristische
theologen van die tijd in, leerde Alfonsus dat de vrijheid en liefde in het
heilsplan van God boven wet en gebod staan. Hij schreef vele boeken. Beroemd is
zijn 'Theologia moralis', een handboek ten dienste van de biechtsvaders. Dit
werk kende 73 oplagen. Zijn werk 'Homo Apostolicus' kwam zelfs tot 118 oplagen.
Ook in vele andere werken geeft Alfonsus geestelijke leiding . Hierbij benadrukt
hij de roeping van de mens tot heiligheid. Zijn werken zijn in ongeveer 70 talen
vertaald en in ongeveer 20.000 oplagen gepubliceerd.
Alfonsus stierf op 1 augustus 1787.
Hij werd in 1839 heilig verklaard, in 1871 tot kerkleraar 'doctor zelantissimus'
'allerijverigste leraar' en in 1950 tot patroon van de biechtvaders van
moraaltheologen uitgeroepen.
Kris Kras
door de Bijbel
Maria
Magdalena
Maria van Magdala, een dorpje aan het
meer van Galilea, is een figuur waarover wel veel geschreven werd en wordt, maar
waarover wij historisch eigenlijk maar heel weinig weten. Zij was een zwaarzieke
vrouw, bezeten door zeven demonen. Jezus geneest haar en dit heeft blijkbaar een
ommekeer, een be-kering, in haar leven teweeggebracht. Ze volgt Jezus' doen en
laten tot in Jeruzalem, tot bij zijn kruisdood, zijn begrafenis, en .. . .zijn
opstanding! Bij elk van de vier evangelisten wordt van haar verteld dat zij de
eerste getuige is geweest van Christus' verrijzenis. Op de eerste dag van de
week (op zondag dus) gaat Maria Magdalena naar het graf (terwijl het nog donker
was, Jo.20,1). Het motief van haar vroege ochtendwandeling wordt niet
'rechtstreeks' vermeld, maar het is opvallend dat, eveneens in het
Johannes-evangelie, in de proloog, te lezen staat: 'Wat ontstaan was, had leven
in hem, en het leven was het licht van de mensen. Het licht blijft schijnen in
de duisternis, en de duisternis kon het niet aan' (Jo.1,3-5). Nacht en
duisternis, daarin bevindt ook Maria Magdalena zich na Jezus' dood. In haar
verdriet klampt zij zich vast aan de plaats waar ze haar Heer hebben neergelegd;
ze dwaalt rond in de duisternis van de dood en het zal nog een tijd duren
vooraleer ze het licht van zijn verrijzenis zal kunnen waarnemen.
Moeizame herkenning
Drie tekenen van Jezus' opstanding
worden haar aangeboden: het eerste betreft de steen die van het graf is
weggerold (Jo.20,1). Dit symbolische teken dat Jezus niet bij de doden te vinden
is, maar levend is, wordt door Maria niet doorzien. Ze denkt onmiddelijk aan
grafschennis en vlucht ijlings naar Petrus en de geliefde leerlingen die het
gebeurde gaan onderzoeken (Jo.20,3-10).
Dan wordt haar een tweede levensteken
aangeboden: twee in het wit geklede engelen zitten aan het hoofd- en voeteneinde
van het graf; ze vragen aan haar waarom ze huilt. Maria Magdalena is blijkbaar
niet onder de indruk van deze 'goddelijke' verschijning; haar geest blijft
verduisterd: 'Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben
neergelegd.' Ze herkent duidelijk niet Gods aanwezigheid in het graf .
Als derde teken staat Jezus zelf voor
haar, maar ook nu zijn haar ogen 'niet bij machte hem te herkennen' (Lc.24,16).
Ze denkt dat het de tuinman is en doet opnieuw haar verhaal over de grafschennis
tot uiteindelijk Jezus haar bij name aanspreekt: 'Maria!'. In het noemen van
haar naam herkent zij haar meester zoals de 'schapen zijn stem horen. Zijn
schapen roept hij ieder bij hun naam, en hij brengt ze naar buiten' (Jo.10,3).
De hartelijke ontmoeting met Jezus
lijkt echter al vlug gekoeld door de terechtwijzing 'Houd mij niet vast', alsof
Jezus Maria's genegenheid lijkt af te wijzen. Dit kan nauwelijks de bedoeling
zijn geweest. Het zich vastklampen aan Jezus toont eerder aan dat de vrouw nog
niet tenvolle begrijpt wat het betekent dat Jezus uit de dood is 'teruggekeerd'
. De oude vertrouwde betrekkingen kunnen niet heropgenomen worden, omdat Jezus'
wederkomst geen louter lichamelijke terugkeer op aarde is. Wereldlijke omgang
met Hem wordt voortaan onmogelijk. De relatie is thans die van de Verrezene die
tot de Vader gaat, terwijl zijn volgelingen nog in de 'wereld' zijn. De nieuwe
omgang met Jezus wordt dan ook slechts mogelijk als Maria hem erkent als degene
die tot de Vader gaat.
Moeizame groei in geloof
De verschijning op zich is nog geen
paasgeloof. Het is zoals de vele wonderverhalen en ziekengenezingen, slechts een
teken van een diepere werkelijkheid waarin God zelf aan het werk (aan het woord)
is. Daarom krijgt Maria Magdalena niet de opdracht aan de leerlingen te gaan
melden dat Jezus is opgestaan uit de dood en aan haar verschenen is, maar wel de
verkondigingsopdracht van een veel diepere waarheid: 'Ik (Jezus) stijg op naar
mijn Vader die ook uw Vader is, naar mijn God die ook uw God is'. Het ware
paasgeloof is niet het voor-waar-aannemen van een tastbare en zichtbare
binnenwereldse demonstratie van dodenopstanding, maar het diepe geloof in de
heilsbetekenis van Jezus' kruis, namelijk dat Jezus' vernederende en
schandelijke dood een doortocht is geweest naar een hechte verbondenheid in
liefde met de God van Israël die niemand minder dan zijn Vader is. Door dit
paasgeloof wordt God tevens de Vader van allen die zich met Jezus, en daardoor
ook met God, verbonden weten. De relatie tussen de verrezen Jezus en de
leerlingen is derhalve intiemer geworden en daarom kan Jezus hen thans
aanspreken met 'broeders'.
Het verhaal van Johannes eindigt dan
ook als volgt: 'Daarom ging Maria Magdalena aan de leerlingen verkondigen: 'Ik
heb de Heer gezien,' en ze vertelde hun wat Hij tegen haar gezegd had.' Dit
einde wordt als het ware aangevuld door Marcus' verhaal (Mc.16,11): 'Toen die
(de leerlingen) hoorden dat Hij weer leefde en door haar gezien was, geloofden
ze het niet'. Opnieuw zullen er drie tekenen nodig zijn alvorens de leerlingen
tot geloof komen: de verschijning aan Maria Magdalena, de verschijning aan de
Emmaüsgangers, en tenslotte de verschijning aan de elf zelf.
Onder de levenden
Ook vandaag komt Jezus in duizend
tekens naar ons toe. Sommigen blijven hem echter zoeken bij de 'doden', in het
verleden, zich vastklampend aan het 'vanzelfsprekende' geloof van 50 jaar terug.
Anderen hebben het zoeken opgegeven, het verleden helemaal voor dood achter zich
gelaten, en leven thans 'verborgen' voor Gods aangezicht, in de waan dat zij
geen God, geen toekomst, behoeven. Nochtans dwalen er vandaag, méér dan ooit,
velen rond in een zinloos bestaan 'ten dode'.
We moeten Jezus zoeken onder de
levenden, onze ogen richten naar zijn aanwezigheid, ons door hem bij name laten
roepen, zijn licht in ons en door ons laten schijnen en zelf levende tekens
worden van zijn aanwezigheid. Het is deze lange tocht die Maria Magdalena 2000
jaar vóór ons heeft afgelegd: van ziekte naar gezondheid, van Galilea naar
Jeruzalem, van de kruisdood naar het lege graf, en tenslotte van rouwende in de
duisternis naar vreugdebode van het licht.
K.Maenhout
|