Interreligieuze Raad in Suriname



Omhoog, 29 juli 2001


Gesignaleerd

Groot-oecumene

De Anglicaanse kerk van Suriname (van de Guyana's) vierde haar 350-jarig bestaan in een r.k.kerk, de St.Rosakerk. Onder de aanwezigen bevonden zich ook leden van de Interreligieuze Raad in Suriname. Suriname is toch een uniek land!

SOB in de aanval

De Surinaamse Onderwijzersbond, de SOB, voelt zich bedrogen door de FOLS. Zij had bij de laatste stakingen ('akties') geen standpunt in de zin van de gevolgde 'acties'. Maar ze heeft dat onvoldoende aan haar leden kunnen bekendmaken. Nu bezoekt ze de diverse scholen om tekst en uitleg te geven van haar beleid. Ze neemt de tijd van de pauze van school als overlegtijd. Maar, helaas, de pauzes worden op de bezochte scholen veelal veel langer dan de voorgeschreven tijd. Het zijn weer de leerlingen die moeten inleveren.

Gemeenschapszin

Een Chapter van het Ordewezen in ons land vierde zijn twintig jarig bestaan, in welk verband een schenking werd gedaan aan het bejaardencentrum Ashiana. Het Ordewezen is er ook voor de gemeenschap.

De Schepping bewaren

Leden van milieu-organisaties in ons land (Red ons bos, Wereldnatuurfonds, Stichting voor een Schoon Suriname) boden afgelopen maandag de Chargé d'Affaires van de Amerikaanse ambassade een petitie aan met het verzoek hun zorg aan de Amerikaanse regering over te brengen omtrent het niet tekenen door de Amerikaanse regering van de Kyoto-overeenkomst, en om informatie te mogen ontvangen van constructieve initiatieven van de Amerikaanse regering om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De overhandiging van de Petitie werd verricht door Jerry Sopawiro van het Katechetische Centrum van ons bisdom.

Verjaard symbool

Op het terrein van de Memre Boekoekazerne is vanuit de Gravenberchstraat nog steeds de witgeverfde gevechtswagen te zien waarmee Rambocus toendertijd op de vlucht sloeg nadat de geplande aanval op het Fort op een fiasco was uitgelopen. Het was lange tijd het symbool van de vruchteloosheid om tegen het gezag van de coup een tegencoup te proberen. Welke functie heeft die gevechtswagen nu nog?

Verboden te roken

De PAS heeft veel van zijn accomodatie vernieuwd, zo ook zijn keuken die mede dienst doet als ontmoetingsruimte 's morgens om 10.30 uur voor het eigen persponeel. Met de vernieuwing is er ook een nieuwe houding tegenover het roken ingenomen: Verboden Te Roken staat er duidelijk op de keukendeur. Voor verwoede rokers niet direct reden om het roken te staken, maar om eerder de ruimte te verlaten.


Een kerkelijk 'tegengif' tegen globalisatie

De G8-top te Genua, Italië, vorige week,  is de Wereldkerk niet ontgaan. Op vele plaatsen werden boodschappen geformuleerd voor de wereldleiders, elders voor de kerk zelf.  Jongeren worden opgeroepen om 'een tegengif te ontwikkelen tegen globalisatie' (kardinaal Tettamanzi van Genua) ; felle kritiek tegen kinderarbeid, wapenhandel, schendingen van rechten van de vrouw, gedwongen migraties,e.d.(Salesianen);  alle mensen van goede wil werden opgeroepen om ervoor te zorgen dat de hele mensheid beter zal worden van globalisatie (paus Johannes Paulus II).

Begin juli kwamen in Rome leden van katholieke groepen en bewegingen bijeen om een boodschap te formuleren voor de wereldleiders die een week later op de G8-top, in Genua, bijeen zouden komen. De G8 staat voor de 7 rijkste landen van de wereld: de VS, Engeland, Frankrijk, Italië, Duitsland, Canada en Japan samen met Rusland.  Dit vanuit de constatering dat het huidig proces van globalisatie arme landen en honderden miljoenen mensen dreigen te isoleren en te marginaliseren. Zij riepen de wereldleiders op om meer menswaardigheid en solidariteit in het proces van globalisatie te brengen.

Kardinaal Diogini Tettamanzi riep op deze bijeenkomst vooral de jongeren op om zich te engageren in vrijwilligerswerk als tegengif tegen de huidige trend van globalisatie. Hij herinnerden de jongeren aan de opdracht van paus Johannes Paulus II tijdens de Wereld Jongerendagen in Rome in 2000 om 'nooit te berusten in een wereld waarin mensen van honger omkomen of verstoken blijven van onderwijs en van fatsoenlijk werk.' 'Geloof,' zo stelde hij, 'dwingt christenen om niet onverschillig te blijven tegenover dat soort van problemen. Het stimuleert juist om zich ervoor in te zetten de politiek en economisch verantwoordelijken uit te dagen om binnen het huidig proces van globalisatie rekening te houden met het algemeen belang van alle burgers van de wereld, naar absolute eisen van gerechtigheid en solidariteit.'

Paus Johannes Paulus II sprak bedevaartgangers, leden van deze bijeenkomst en anderen op het St. Pietersplein ook hierover aan en hield de wereldleiders voor dat de Kerk met alle mensen van goede wil ervoor zal zorgen dat de hele mensheid beter zal worden van globalisatie. 'De universele toewijzing van de goederen van de aarde is immers een hoeksteen van de sociale leer van de kerk,' benadrukte hij.

In een ontmoeting met leden van de Europese Automobielindustrie een paar dagen later stelde hij dat globalisatie nieuwe mogelijkheden van vooruitgang opent, maar dat er voor gewaakt moet worden dat datzelfde proces niet  miljoenen mensen buitensluit en dat het het milieu niet vernietigt. De industrie leiders riep hij op om respect te hebben voor de menselijke waardigheid en om ruimte te laten voor persoonlijke creativiteit op de werkplaats. 'Bekijk de wereld niet alleen vanuit een economisch, maar ook vanuit een spiritueel gezichtspunt,' zo besloot hij.

Massamedia

In Puebla, Mexico, waren in diezelfde tijd, leden bijeen van de afdelingen van Cultuur van de Bisschoppenconferenties van Amerika, samen met de president van de Pauselijke Raad van Cultuur, kardinaal Paul Poupart. Zij bespraken de invloed van de massamedia. De macht van deze media is in handen van enkelingen, het nieuws dat gebracht wordt, zoals door het machtige CNN-netwerk, dient niet de belangen van de totale wereldbevolking.  De visie van CNN strookt niet altijd met die van de Kerk. Kardinaal Claudio Hummes van Sao Paulo stelde dat die omstandigheid  bijzondere eisen stelt aan het cultuurpastoraat van de kerk. Vooral in grote steden. Daar moet de kerk de mensen helpen hun band te behouden met de cultuur van waaruit zij afkomstig zijn en de mensen te begeleiden op de weg van integratie in grotere nationale en mondiale verbanden. Hij wees op de noodzaak van de vorming van priesters en leken die betrokken zijn bij de opvang en begeleiding van migranten en vluchtelingen.

G8 top aangevallen

Het is de wereldleiders in Genua niet gelukt om de grote tegenstellingen waaronder de wereldgemeenschap gebukt gaat op te lossen, zoals onder meer met betrekking tot de broeikasgassen en de klimaatverandering, met betrekking tot de schuldenlast van de arme landen en met de ontoegankelijkheid van basis geneesmiddelen voor honderden miljoenen mensen. Er waren wel positieve resultaten zoals de toezegging van $ 1,2 miljard voor de preventie en bestrijding van Aids in de wereld, vooral Afrika,  en een Gedetailleerd plan voor de bestrijding van de armoede op het Afrikaans continent. Het plan wordt nu voorbereid door vertegenwoordigers van Nigeria, Algerije, Zuid Afrika en Senegal. Het kan overigens nauwelijks toegeschreven worden aan de G8-top op zich. Het betreft immers onderwerpen, die ook elders in het mondiaal overleg aan de orde komen, zoals van de Wereld gezondheidsorganisatie- W.H.O. en de overige organen van de Verenigde Naties.

De G8 werd hard aangevallen door leden van het Sociaal Forum van Genua, waar meer dan 800 organisaties in de wereld bij aangesloten zijn, waaronder milieu-, mensenrechten- en kerkelijke organisaties. Dit Forum vraagt om doorbraken van onrechtvaardige wereldstructuren. Als dan bij het overleg op deze G8-top geen wezenlijke besluiten worden genomen, en geen doorbraken worden gerealiseerd, wordt het nut van dit soort dure wereldvergaderingen terecht in twijfel getrokken en bekritiseerd. Het is te betreuren dat elementen die geweld als strijdmiddel voorstaan voor een vertekening zorgden van het onderwerp waar het in feite omgaat: het scheppen van meer rechtvaardige en solidaire structuren van samenleven. Het kwam in Genua tot botsingen tussen leden van het Sociaal Forum en het politiecordon dat om de wereldleiders heen was getrokken. Sinds de vergadering van de Wereld Handels organisatie W.T.O., zijn dit soort botsingen bij mondiale overlegsituaties schering en inslag geworden. Twee standpunten lijken nu tegenover elkaar te staan: de G8 vergaderingen minder bereikbaar te doen zijn voor de bevolking, vergaderingen op weinig toegankelijke locaties, of het scheppen van betere overlegstructuren tussen het Sociaal Forum en de Wereldleiders. Totdat de structuren van overleg en samenwerking zijn gevonden ('de Kerk met alle mensen van goede wil') om een werkelijk antwoord te ontwikkelen op de toenemende kloof tussen arm en rijk in de wereld.


Salesianen deden oproep tot G8-leiders

Salesianen zijn de volgelingen van Don (Giovanni) Bosco, leden van de Don Bosco beweging die wereldwijd verspreid is over 123 landen.  Ze gaan terug op Don Bosco (1815-1888) die in de snel industrialiserende  Noorditaliaanse stad Turijn aandacht vroeg voor jonge zwervers op zoek naar werk en een onderkomen. Hij stelde  'oratoria' in, opvangcentra voor hen. Hij stichtte twee congregaties: de Salesianen en de Zusters van Don Bosco.

Het generaal kapittel van de Salesianen riep in een boodschap naar aanleiding van de ontmoeting van de leiders van de 7 rijkste industrielanden en Rusland de internationale gemeenschap op om haar eerdere beloften na te komen.  Zij formuleerden tevens een aantal verzoeken inzake vrede en gerechtigheid.  Tijdens hun bijeenkomst in het Mexicaanse Guadelajara klaagden de Salesianen de onmenselijke situaties aan waarin ontelbare mensen in de hele wereld moeten leven; ze vielen tevens fel uit naar kinderarbeid en naar schendingen van de rechten van vrouwen. Daarnaast uitten ze ook felle kritiek op de wapenhandel, de schendingen van de godsdienstvrijheid, allerhande slachtpartijen en de gedwongen migraties.   Omdat vaak 'met weinig toch veel bereikt kan worden', formuleerden ze ook een reeks van acht voorstellen, die onder meer betrekking hebben op de uitbouw van een alternatieve markt. Die zou ook de bevolking van het zuiden toegang moeten geven tot de producten en tegelijkertijd een 'eerlijke prijs' garanderen voor hun goederen. Een ander voorstel was de invoering van de Tobin-taks (een belasting op grensoverschrijdende financiële - vaak speculatie- transacties).    Daarnaast vroegen ze ook om de afschaffing van de buitenlandse schuldenlast van de armste landen, om een makkelijker toegang tot de levensnoodzakelijke medicijnen en om het einde van de internationale wapenhandel. Ze herhaalden tevens de oproep voor een drastische vermindering van de budgetten die worden uitgegeven aan bewapening.   Tenslotte spraken de Salesianen de belofte uit om meer solidair te zijn en dichter bij de bevolking van Afrika, Latijns-Amerika, Azië en Oceanië te leven en in het bijzonder bij al diegenen die ongelukkig, zwak en weerloos zijn.


Deze schulden zijn immoreel en illegaal

Priesters, religieuzen en leken van missionaire congregaties kwamen samen met verenigingen uit de hele wereld op vrijdag 20 en zaterdag 21 juli in Genua in een gebeds- en vastenactie bijeen in de Sant'Antoniokerk in Bocaddasse, Genua. Met hun actie vroegen ze meer aandacht voor vrede, rechtvaardigheid en solidariteit.

In een verklaring schreven de organisatoren: (We leven temidden van de armen uit het zuiden van de wereld en we zien hoe de internationale schuldenlast en structurele maatregelen van het IMF de mensen waaronder we werkzaam zijn vernederen en van honger doen omkomen (...) Dag na dag zien we hoe mannen, vrouwen en kinderen uitgebuit en misbruikt worden. In een antwoord op de oproep van paus Johannes Paulus II willen we actief betrokken blijven en roepen we de G8-leiders op om over te gaan tot de kwijtschelding van de schulden van deze verarmde landen. Paus Johannes Paulus II had op 8 juli de wereldleiders al opgeroepen om de schreeuw van de armsten te horen en ervoor te zorgen dat de globalisering ten goede zou komen aan de hele wereldbevolking. Pater Francesco Bernardi, die aan deze gebeds- en vastenactie deelnam, verklaarde dat deze topbijeenkomst eigenlijk ook zou moeten bijgewoond worden door vertegenwoordigers zelf van de Afrikaanse, Aziatische landen en van de landen die in moeilijkheden zijn: 'De problemen die hier besproken worden bestaan al jaren maar de oplossingen laten veel te lang op zich wachten. Al veertien jaar geleden vroeg kardinaal Evaristo Arns om de internationale schulden af te schaffen omdat ze 'immoreel, illegaal en onwettelijk' zijn omdat ze werden aangegaan door dictators die het volk niet vertegenwoordigen'.

Bron: Kerknet Vlaanderen


'Misdrijf tegen het nageslacht'

In mijn boek 'Weidmann, grondlegger van het algemeen kiesrecht in Suriname' heb ik met feiten stelling genomen tegen het boek 'Jagernath Lachmon', geschreven door drs. Evert Azimullah, waarin hij de V.H.P. leider naar voren schuift als de initiatiefnemer van het algemeen kiesrecht voor man en vrouw in Suriname. Een docent aan onze universiteit beweert hetzelfde. Een blijk van geschiedvervalsing.

Wie het boek zonder kennis van zaken leest, zal het met de zienswijze van de schrijver eens zijn. Hij haalt feiten en data aan om zijn bewering te onderbouwen. Dankzij 'Vooruit', orgaan van de P.S.V. van april/mei 1948, is het voor mij mogelijk om gelijkluidende passages uit zijn boek met passages uit genoemd maandblad tegenover elkaar te plaatsen, zodat u zelf de conclusie m.b.t. de betrouwbaarheid van het feitenmateriaal van de geachte schrijver kan trekken.

De openingstoespraak van P.S.V.-voorzitter Weidmann, op de massameeting op het N.G.V.B. terrein op 7 maart 1948,  bestaat in dit boek slechts uit vier regels, terwijl de toespraak  van de H.J.P.P.-er (Hindostaanse Javaanse Politieke Partij) Lachmon, volledig in zijn boek is opgenomen. De beschrijving over die inzet voor het kiesrecht is zo gedaan, dat pater Weidmann als initiatiefnemer gedegradeerd werd tot schaduwkandidaat van de heer Lachmon. Citaat uit blz. 48 van het boek: 'Jagernath Lachmon': 'op 10 februari 1948 sturen de H.J.P.P., de Moslim Partij en de P.S.V. een telegram naar de Tweede Kamer van de Nederlandse Staten Generaal met de volgende inhoud enz.', enz. In het maart nummer van 'Vooruit', orgaan van de P.S.V., van 1948 betreffende hetzelfde telegram, ziet de ondertekening er zo uit: Progressieve Volkspartij, Moslim Partij, Hindostaanse Javaanse Politieke Partij. Duidelijk blijkt de schrijver om redenen, als boven aangegeven, willens en wetens de volgorde in dier voege gewijzigd te hebben, dat de voorman van de H.J.P.P. aangemerkt wordt als de 'primus inter pares'.

Dat geknoei wordt consequent doorgevoerd om lezers, die informaties over aktiviteiten van lang vervlogen tijden missen, te misleiden. Derhalve is het chapiter over de toewijzing van de realisering van het algemeen kiesrecht  onbetrouwbaar. Als dan bedacht wordt, dat die onbetrouwbare informaties aan toehoorders van onze Alma Mater werden voorgehouden, dan beseft men dat die eens in boekvorm aan jongeren gepresenteerd zullen worden met alle gevolgen van dien.

Blunders

Natuurlijk zou U graag van mij willen weten, waarom ik wederom in de pen klim om de geachte schrijver, drs. Azimullah, van repliek te dienen over de tendentieuze wijze waarop hij de strijd ter invoering van het algemeen kiesrecht in zijn boek heeft beschreven. Ik reageer op één der docenten van onze universiteit, die recentelijk in enkele sessies, in openbare discussies, onder andere de beleving van de parlementaire democratie in ons land besprak. De uiteenzetting van genoemde docent tegenover intellectuelen sluit nauw aan bij de inhoud van Azimullah's boek, dat historisch, zeker wat het hoofdstuk van het algemeen kiesrecht betreft, zeer omstreden is, vanwege de verdraaiing van authentieke feiten. Ofschoon ik zelf niet aanwezig was in de aula van de universiteit, heb ik geen enkele twijfel over de juistheid van de aan mij verstrekte informaties over gedane uitspraken.

Een groter blunder was nauwelijks denkbaar, toen de docent de opmerking maakte, dat een leider (Lachmon) geboren was te Bronsplein. Bedoeld werd de N.G.V.B. waar de massameeting van de drie partijen op 7 maart 1948 gehouden werd.

E.Wijntuin


Natuurlijk moet het anders!

De Coördinatrice van de Buitenschoolse Parochie Katechese, Ann Bousaid-Graanoogst, heeft in OMHOOG de ouders de vraag gesteld of het niet anders moet. Na het toedienen van de Sacramenten komen veel kinderen zondags niet meer naar de kerk. Ze vroeg zich af of het wel zin heeft zoveel tijd en energie in de P.K. lessen te steken.

Juist wel! Een kind moet in het gezin verzorgd worden, bescherming vinden, opgevoed worden en religieuze richtlijnen krijgen. Jammer genoeg constateren wij vaak dat dit niet het geval is! In deze chaotische tijd, waarin we telkens worden opgeschrikt door de wandaden van jeugdigen, is de tijd en inspanning die u en uw team 3 jaren pro-deo aan de jeugd schenken van onschatbare waarde. U helpt de basis leggen voor de keuzen die de jeugd moet maken. Op P.K. les komen ze vaak voor het eerst in aanraking met religie en u leert ze bidden. U wijst ze erop dat God ieder mens geschapen heeft naar Zijn beeld en gelijkenis, met verstand en een vrije wil. Systematisch laat u ze kennis maken met de evangelische waarden, de normen van onze kerkgemeenschap en u wijst hen op hun vrije keuze. Er is tijd voor alle dingen. Als het tijd is, weten ze dat ze bij God altijd welkom zijn, dat Hij ze vergeeft en verder wil helpen. U helpt ze bij het voorbereiden van één van de mooiste tijden in hun leven, waar ze met genoegen aan terug kunnen denken. 

Wij wensen u en uw team een prettige vakantie toe.

Namens de commissie P.K. Landdag 2001-2002

Zelma Kramp-Bento


Pastoraal voor iedereen - 76

Leo 'Tileon' Betterson: 'Ik ben in goede handen'

In deze rubriek wordt de pastoaal van ons bisdom en ons land beschreven. Een stukje geloofspraktijk: al die mensen die geïnspireerd door hun geloof  tijd en energie aan hun medemensen geven, heel afwisselend van aard, omvang en duur. Ieder naar zijn eigen talenten. Niet alleen als beschrijving, ook ter navolging: dat het mensen aan het denken mag zetten: mannen en vrouwen, ouderen en jongeren. Er is immers behoefte aan 'werkers in de wijngaard'.

Leo Betterson had het geluk om deel uit te maken van de delegatie van Surinamers in 1982 naar Rome voor het bijwonen van de zaligverklaring van pater Petrus Donders. Hij was gekozen uit de katechisten om dit belangrijke gebeuren voor de kerk van Suriname mee te mogen maken. Een bijzonder ervaring, die hijzelf ervoer als het zoveelste bewijs dat 'zijn leven,' zoals hij dat pregnant uitdrukt 'in goede handen is, in goede en slechte tijden'. Hij toont het onwrikbare vertrouwen dat God zijn leven leidt. Heel concreet, en heel resoluut, maar soms op een wijze dat hij het eerst zelf niet merkt. Pas achteraf begrijpt hij de hand van God. Zoals toen hij als lid van de Mainsi Lo van de Aucaners van een oom van hem de 'kromanti obia' van de Lo kreeg aangeboden. Hij zou er de drager van worden. Een bijzonder eer binnen de stam. Velen van zijn Lo verwachtten toen dat hij over bijzondere gaven zou gaan beschikken, die met het beheren van die krachten samengaan. Het liep anders af, de 'kromanti obia' van de Mainsi Lo keerde terug naar de Tapanahony , tot stomme verbazing van velen. De bijzondere gaven zijn echter niet uitgebleven, niet van deze bron dan, maar van een hogere bron, van God zelf. Betterson wordt in zijn gemeenschap 'Tileon' genoemd, oom Leo populair, maar met een extra dimensie van respect en ontzag.

Achteraf heeft Betterson begrepen hoe God hem in bescherming had genomen, toen op dat kritieke moment in zijn leven. Hij heeft meer voorbeelden. Zoals hij hoe hij solliciteerde bij de Suralco voor een baan. Hij werd gekeurd, maar tot tweemaal toe afgewezen. 'Stel dat ik aangenomen was,' redeneert Betterson nu, 'dan had ik het werk dat ik nu als katechiste doe, niet kunnen uitvoeren. Dan had ik daar geen tijd voor gehad.'   En toen dat bezoek aan Rome. Op het St. Pietersplein heeft hij in stilte gehuild, heel intens. Tranen van dankbaarheid en van lofprijzing eigenlijk. Want zo heeft God zijn leven geleid. Niet door eigen inspanning, zelfs niet naar eigen wens, maar puur genade, uitverkoren om de zuivere weg van God te mogen gaan.

Het gebed

Betterson straalt dat gevoel van bescherming en veiligheid persoonlijk uit. Vandaar dat vele mensen graag met hem in contact komen. Mensen ook met hun noden. Hij luisters en bidt met de mensen. 'Er wordt veel te weinig gebeden in ons christelijk leven,' benadrukt Betterson,  'we moeten veel meer onze noden direct aan Hem voorleggen, Hij luistert'. Vanuit die inspiratie heeft Betterson ook het initiatief genomen om een gebedsserie in te stellen op Moengo en omgeving. Negen zaterdagen aaneen, steeds 's avonds om 10.00 uur thuis, - ieder in eigen huis, enkelen samen - bidden om de jongeren te beschermen geen crimineel gedrag te ontwikkelen. Een eerste gebedsronde heeft plaats gevonden. Een tweede is begonnen, waarvoor een aantal onderwerpen onderling werd afgesproken. De katechisten van Moengo en omgeving, en verschillende leden van de kerk, hebben een weg gevonden om hun noden voor te leggen aan God, gezamenlijk als gelovige gemeenschap.

Activiteiten

Betterson (geboren in 1927) kwam al jong in contact met de kerk. Hij voelde zich sterk aangetrokken door katechist Leonard, die hij in al zijn werk volgde. Dat was in de jaren dertig. Hij heeft zich in 1955 laten dopen. Op weg naar zijn kostgrondje hoorde hij eens een stem, die hem stelde 'maar je bent nog niet gedoopt'. De doop door pater Gerritsen ging samen met het sluiten van het Verbond van hem en zijn vrouw. Het was ook het begin van meer betrokkenheid bij het kerkwerk. Hij was een trouw kerkbezoeker, en toen pater Heykers op Moengo kwam, trok hij langzamerhand veel met hem op. Hij begeleidde hem mee naar de verschillende dorpen, voerde diaconaal werk uit voor de pastor, zoals het verzamelen van informatie over mensen die in aanmerking komen voor diaconale hulp; en hij  werkte mee aan de steenblokkenpers (de helft van de stenen is voor de parochie, de helft voor de persoon zelf) .

In 1976 werd hij door zijn gemeenschap voorgedragen voor de eerste groep van de katechisten opleiding. Hij behoorde dan ook tot de eerste grote groep die naar het binnenland uitgezonden werd om het geloof te verkondigen en te helpen onderhouden. Hij werd belast met het gebied van Abadukondre en omgeving, waar hij Woord- en Communiediensten leidt, dooplessen verzorgt, preken houdt, en pastorale zorg verleent aan leden van zijn geloofsgemeenschap.

'Bonoe bribi'

Betterson verbaast zich erover hoevelen de kerk verlaten en hun heil zoeken bij diverse geloofsgroepen. Hij betitelt ze als mensen met 'bonoe bribi'. Zij zoeken een god die wil doen wat zij wensen. Als ze ziek zijn moet deze god hen genezen. Betterson stelt de prioriteit van het doen van wat God van ons wil, niet omgekeerd. Zijn houding is samen te vatten zijn eigen woorden: 'Ik ben in goede handen, in goede en slechte tijden'. God beproeft ons, en als wij dicht bij Hem willen zijn, zal Hij ons helpen. Misschien niet op de manier die wij wensen, maar altijd op een wijze die beter voor ons is.'

Betterson noemt het voorbeeld van zijn eigen gezin. Niemand van mijn kinderen heeft in de tijd van de binnenlandoorlog voor één van de strijdende partijen gekozen, noch voor het leger noch voor het Jungle Commando. Mijn gezin werd door de oorlog dan ook niet verscheurd. En daar zie ik Gods hand in. Niet gevraagd, wel ontvangen.  Met dit vertrouwen leeft hij, en dat houdt hij ook anderen voor.


In Memoriam zr. Ancillae Burgos

'Dank voor uw geduld, liefde en respect'

Op woensdag 18 juli stierf zuster Ancillae Burgos, een markante persoonljkheid in stad en land, in kerk en maatschappij.  Geboren op 23 September 1912 - zij werd 88 jaar- heeft zij eerst jarenlang het r.k. onmderwijs gediend. In 1950 trad zij in bij de Zusters Franciscanessen van Oudenbosch , in Nederland, waar zij op 1 mei 1952 haar professie deed. Terruggekeerd in Suriname heeft zij tot aan haar dood God en de medemens gediend, Waar zij allemaal bij betrokken is geweest kunt u lezen in de drie bijdragen die u vindt op deze bladzijde. Ze zijn van haar medezuster en huisgenote, zr. Ann Heidweiler, van mw M .van Els die jarenlang met haar heeft gewerkt in het onderijws en in de jeugdzorg en van een oud-leerlinge: mw Philomene Cheng-Hennpe. Zr Ancillae werd woensdag 25 juli ten grave gedragen. Moge zij rusten in vrede.

Zuster Ancillae Rudolphine Louise is twaalf jaar mijn huisgenote geweest, waarvan wij haast acht jaar samen hebben doorgebracht in Fajalobi Masanga.  Ik heb haar leren kennen als een diep gelovige vrouw, die heel wat tijd doorbracht in de kapel. Het is ook precies daar, dat de Heer haar wenkte dat het tijd was om naar huis te gaan. Tijdens het bidden van de completen toen zij God dankte voor al het fijne van de afgelopen dag werd zij door een beroerte getroffen. Haar laatste woorden waren een lofzang voor de Heer.

Zr.Ancillae had ook een bijzondere grote liefde voor het kind, vooral voor het zwakke misdeelde kind. Elke morgen bij het bidden van de rozenkrans vroeg zij God dirngend om bescherming voor hen en om geode christeljke gezinnen. Een bewuhs van haar grote bewogenheid voor deze lievelingen van de Heer blijkt uit haar inzet en doorzettingsvermogen om ondervoede kinderen van e Ancillae Burgosschool een warme maalktijd te bezorgen. De laatste twee jaren heeft ze hieraan al haar kracht geschoinken. Geen gelegenheid werd ongebruikt gelaten om voor haar project te vechten. Het was dan ook een grote voldoening voor haar toen 'Stichting Kindervriend' een werkelijkheid werd en met grote dankbaarheid en vreugde keek zij uit naar 21 juli 2001, de openingsdag van het keukentje.

Jammer genoeg heeft ze dit niet meer mee mogen maken. De vele kinderen die er een warme maaltijd zullen krijgen, zullen haar echter nooit vergeten.

Een andere groep die het ahrt van zr Ancillae gestolen had, waren de oudjes van Ashianan. Voor deze groep was geen moeite, geld of tiojd teveel.

Op dinsdag morgen belegde zij met vel zo4rg de beschuitjes voor haar oudjes. Vaak bezorgde zij hun een lekkere maaltijd. Ze was altijd heel creatief om fondsen hiervoor te verwerven. Het is maar zelden gebeurd dat zij er met lege handen naar toe ging. Deze bezorgdheid en het meeleven met haar medemensen heeft zr Ancullae zelf ok veel levensvreugde vbezorgd. Wij mogen eriop vertrouwen dat God haar hiervoor een eeuwig thuis heeft bereid

zr. Ann Heidweiller

Ze begon haar loopbaan bij het onderwijs met het behalen van de vierderangs in oktober 1931. Ze klom op tot de hoofdakte in 1947, en behaalde vcerschillende akten: LO Nuttige Handwerken, 1936; LO Tekenen, 1937; LO Frans, 1960; LO Nederlands, 1965 en LO Engels (In Nederland)

Van 1931 tot en met 1937 heeft ze op drie verschillende lagere scholen in de stad gewerkt, als eerste op de Petrus Dondersschool. Later werd zij tewerkgesteld in de districten Saramacca en Nickerie. Ze gaat dan terug naar de stad om later weer overgeplaatst te worden naar Coronie. Vanaf 1942 werd zij in de stad tewerkgesteld op de St.Louiseschool, afgewisseld met perioden op de lagere school.. Ze werd hoofd van de St.Jozef meisjesschool 1952-1957, later hoofd van de O.L.V.Fatimaschool, 1960-1063, van 1963-1971  directrice van de Chr. Koningschool, en van 1974-1976 directrice van de Laetitiaschool.  Ze begon in 1931 met een salaris van Sf 20,- per maand, wat in 1976 oppgelopen was tot Sf 802,23 per maand.

In haar familie was zr. Ancillae  - 'tante soeur' - een zeer geziene, lieve, behulpzame, zorgzame en attente nicht en tante. Mar ook inde samenleving daaor genoemde kwaliteiten en door haar uitzonderlijke lengte een begrip. Ze stralde respect en rust uit op haar fiets.

In verschillende besturen van sociale aard heeft ze zitting gehad. Ze trok zich het lot van de sociaal zwakkeren en bejaarden sterk aan. Ze is ook veel gezien geweest bij de gedetineerden. Dat kinderen ook aan haar hart en rok trokken was te ,merken aan haar bemoeienis met Huize Campagne. Haar laatste project is ggeeweest de stichting voor voieding voor ondefvoede kinderen, waarvan de keuken op zaterdag 21 juli feestlejk in gebruik zou sworden genomen.

Ook in de jeugdbeweging is ze erg actief geweest. Eerst was zij K.J.V.er (Katholieke Jonge Vrouwen), de beweging die later omgezet werd tot Gidsen Suriname.

Zr Anciullae heeft als jeugdleidster samen emt wijlen zr. Jeanne Roelans en juff. Rother veel tijd besteed aan de vorming van de jeugd. Vooral de oud-gidsen van de St.Bonifaas hebben veel geahd aan deze tijd en dragen mooie herinneringen met zich me. Dit bracht met zich mee dat deze oud-gidsen reeds 24 jaar elke derde zondag met zr. Anciilalae bij elkaar kwamen.

De oud-gidsenb herinneren zich nog:

- de kampvuren op het terrein van de St. Jozefschool, nu zr. Ancillae Burgosschool, onder leiding van Guiido Burgos.

- de reizen met de boot de Miriam naar Groningen met basa Tony Busropan en de heer Bonoo . Zo'n reis duurde lang en in de boot werden we bezig gehouden door o.a. Guido Burgos. In de 24 jaar dat de oud-gidsen bhij elkaar kwamen zijn er verschillende reizen ondernomen met natuurljk zr.Ancillae erbij. Wij zijn har erg dnakbaar voor alles. Haar spoor is nu ten einde. Dat zij in vrede mag rusten .

Mw M. van Els

 

'De schoonheid van een vrouw is het stralende schijnsel van God's licht'

(Perzisch gezegde)

 

Beste zuster Ancillae,

Het is al weer meer dan dertig jaar dat ik het genoegen heb gehad u te ontmoeten. Als vijftien jarig meisje, net geëmigreerd vanuit Aruba, zat ik, tijdens de inschrijving, met mijn ouders in uw kanoortje op de Chirstus Koningschool. Ik kan mij mijn gevoelens van dat moment nog glashelder herinneren. Gevoelens van angst, ontzag, respect, bewondering en trots wisselden elkaar af, trwijl ik daar zat en mijn ouders met u in gesprek waren. Ik was enorm onder de indruk van uw persoon en wel om een aantal redenen

Ten eerste was daar de angst.
Vanwege uw postuur stak u torenhoog uit boven anderen en door uw donkere nonnenhabijt, uw ondoorgrondelijke gezicht en uw strenge blik, had ik het gevoel dat u dwars door een kind heen kon kikne en dat neits maar dan ook neits aamn uw aandacht zou ontsnappen. In de loop van de volgende drie jaren leerde ik de twinkeling en de lach in uw ogen zien. Ik maakte daadwerkeljk kennis met uw strengheid, maar ook met uw rechtvaardigheid in handelen. De eerste angstgevoelens waren lang vooredat ik de school verliet volkomen verdwenen.

Ten tweede was daar het respect en de bewondering. Daar zat een poersoon die enerzijds ontzag afdwong en anderzijds een geveole van waardigheid en rust uitstraalde naar de aanwezigen in die kleine kamer, dat je vanzelf rustig werd. In de loop der jaren ben ik vaak naar het kamertje geroepen. In de 'vermanende' gesprekken wees u telkens weer op ons eigen verantwoordelijkheidsgevoel met betrekking tot onze toekomst. De wijze waarop u mij en anderen - in uw taak als begeleider van een groep meisjes in hun ontwikkeling naar volwassenheid- tegemoet trad wil ik nu jaren later, omschrijven met een beken Japans gezegde: 'Wie glimlacht is sterker dan wie raast.'

Ten derde was daar het gevoel van trots, welke ik in jijn kinderlijke onerarenheid neit goed kon duiden. Met het verstrijken van de jaren ben ik gaan beseffen dat ik trots was op het feit dat een zwarte vrouw, die herkenbaar was voor opgroeiende meisjes in de samenleving een zo belangrijjke positie bekleedde. Als u terugkijkt naar al de jonge dartelende meisjes die u onder uw hoede hebt gehad en die nu uitgegroeid zijn tot eerzame burgers van de samenleving waar ze deel van uitmaken, dan mag u met recht trots zijn. Ik dank u voor alle geduld en liefde en respect die ik tijdens mijn 'Christus Koning' kjaren van u hebt ontvangen. U was voor mij en voor vele anderen een identificatie figuur en vcevulde een voorbeeldfunctie, neit alleen om uw zwart zijn , maar door het feit dat u gekozen had voor een weg naar de Enige Hewer die ons mensen kracht en wijsheid kan schenken omdatgenene wat je je als doel in eht aardse leven gesteld hebt te bereikeen. Ik wil mijn dankwoord daarom afsluiten met de dagtekst van vandaag:

'Alwat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen' (Mt 21,22)


Wat iedereen moet weten over.....  (13 en slot)

AIDS

AIDS (=Acquiered Immunodeficiency Syndrom, oftewel het ziektebeeld van een verworven gebrek aan immuniteit) is een nieuw wereldprobleem. Iedere natie wordt erdoor bedreigd, en miljoenen mensen over de gehele wereld zijn reeds besmet met het AIDS-virus. Ook in Suriname neemt het aantal besmette persoon snel toe.

Het virus dat AIDS veroorzaakt noemen we HIV (= Human Immunodeficiency Virus). De patiënt sterft omdat de verdediging van zijn lichaam tegen andere ziekten door dit virus wordt beschadigd. Er is geen middel tegen AIDS. Het aantal babies dat wordt geboren met AIDS neemt overal ter wereld toe. Daarnaast zullen er  veel kinderen wees worden omdat hun ouders sterven aan AIDS. Dit zal ook het beeld in Suriname zijn. De hoofdregels in deze aflevering kunnen, als ze algemeen bekend zijn en door iedereen worden toegepast, dit toekomstig drama drastisch verkleinen.

Op het ogenblik is voorlichting naar de bevolking toe het enige wapen dat helpt om de verspreiding van AIDS tegen te gaan. Daarom moet iedereen weten hoe het oplopen en het verspreiden van HIV kan worden voorkomen. Voorlichting over AIDS zou, bijvoorbeeld, in het leerprogramma van de school opgenomen  worden, m.n. in het vak natuuronderwijs.

Hoofdregels met betrekking tot AIDS

AIDS is een ongeneeselijke ziekte. Het wordt veroorzaakt door een virus dat kan worden overgebracht door middel van sexueel contact, besmet bloed en ongesteriliseerde naalden. Ook een besmette moeder kan het virus overdragen op haar ongeboren kind.

AIDS wordt veroorzaakt door een virus, welke bekend staat als HIV (= Human Immunodeficiency Virus). HIV beschadigt het afweersysteem van het lichaam. Mensen die AIDS hebben gaan dood, omdat hun lichaam niet meer in staat is andere ernstige ziektes te bestrijden. AIDS is het late stadium van besmetting met HIV. Vanaf het moment van besmetting duurt het gemiddeld 7 tot 10 jaar voordat een HIV-infectie zich ontwikkelt tot AIDS. AIDS is niet te genezen, alhoewel enige medicijnen zijn ontwikkeld om mensen met AIDS langer gezond te houden.

Degenen die er zeker van zijn dat zowel zij als hun partner onbesmet zijn en geen andere sexuele relaties hebben, lopen geen risico om AIDS te krijgen. Degenen die weten of vermoeden dat dit bij hen misschien niet het geval is, moeten veiliger vrijen.

Dit houdt in óf sex zonder omgang (het binnendringen van de penis), óf alleen omgang met gebruik van een condoom. De enige manier om geen enkel risico te lopen is het zich onthouden van sexuele omgang. Iets meer zekerheid heb je pas als beide partners getest zijn. Wederzijdse trouw tussen twee onbesmette partners beschermt beide mensen tegen HIV.

Vrouwen die zijn besmet met HIV moeten er ernstig over nadenken voor ze een kind krijgen - en advies zoeken. Eén baby op de drie van besmette moeders wordt besmet met HIV geboren.

Vrouwen die besmet zijn met HIV hebben ongeveer 30% kans een besmette baby te krijgen. De meeste besmette baby's sterven vóór hun derde levensjaar.

Elke injectie met een ongesteriliseerde naald of spuit is gevaarlijk.

Een naald of spuit kan kleine hoeveelheden bloed oppikken van de persoon die wordt geïnjecteerd. Als dat bloed besmet is met HIV en dezelfde naald of spuit wordt gebruikt voor iemand anders, zonder het eerst gesteriliseerd te hebben, dan kan HIV worden geïnjecteerd bij de volgende persoon.

Zij die zichzelf inspuiten met drugs lopen daarom een groot risico om AIDS te krijgen. Dat geldt ook voor hen die seksuele omgang hebben met degenen die drugs inspuiten. Het inspuiten met drugs op zich is gevaarlijk. Maar, vanwege het extra groot risico met HIV te worden besmet, moeten degenen die zich toch inspuiten met drugs nooit de naald of spuit van een ander gebruiken, of hun eigen naald of spuit door een ander laten gebruiken.

Ouders en opvoeders moeten hun kinderen voorlichten over de wijzen waarop HIV wordt overgebracht en hoe dit voorkomen kan worden.

Naast het beschermen van uzelf en uw partner, kunt u ook helpen uw kinderen te beschermen tegen HIV door ervoor te zorgen dat ze de feiten weten over oe besmetting en verspreiding te voorkomen.

Het is van groot belang dat de juiste waarden en normen aan de jeugd wordt geleerd.

Ondanks dat er in Suriname verschillende cultuurpatronen zijn, zullen bepaalde algemene waarden en normen toch aan jongeren geleerd moeten worden. Zo zal, bijvoorbeeld, in de voorlichting de nadruk gelegd moeten worden op het hebben van een relatie met één partner.

Ook zal een mentaliteitsombuiging of een gedragsverandering bevorderd moeten worden. Jongeren moeten geleerd worden om bewust keuzes te maken en zich niet te laten meeslepen door een groep. Jongeren moeten ook meer betrokken worden bij de voorlichting, want zij zijn de beste voorlichters voor hun leeftijdsgenoten.


Heilige van de Week

H.Alfonsus Maria de Liguori - 1 augustus

In het verre binnenland van Suriname, aan de Gran Rio, ligt een dorpje dat de naam draagt van Liguorio. Hoe komt zo'n  dorpje aan die naam. Het dorpje is gesticht door pater Morssink in het begin van de missionering van de katholieke kerk aan de Boven-Suriname en haar bronrivieren, Gran Rio en Pikien Rio. Van diverse dorpen daar aan de Gran- en Pikien Rio kwamen doopleerlingen zich aanmelden. Pater Morssink begreep dat het enerzijds weinig zin had om op al die (noem het 'heiden') dorpen  hier en daar enkele individuen te dopen, als er niet met hen een christelijke gemeenschap kon worden  gevormd. Daarom nodigde hij alle kandidaten uit om gezamelijk een nieuw dorp te gaan stichten en dat werd Liguorio. De naam? Pater Morssink was Redemptorist, een volgeling van de heilige van deze week, Alfonsus Maria de Liguori. Vandaar. Over de geschiedenis van Liguorio is in de laatste tijd meer geschreven in OMHOOG  met name door pater Toon ten Dorshorst. Deze belicht ook de grote rol die Tomas Pobosi, hierbij heeft gehad. Dit even terzijde.

Alfonsus,  door velen in ons land, ook in de hogere regionen van ons bisdom, nog altijd hardnekkig Alfonsius genoemd, was van huis uit een Napolitaans edelman. Brilliant student, fanatiek achternagezeten door een strenge en ambitieuze vader, presteerde hij het om al op 17 jarige leeftijd meester in de rechten te zijn. De wereld, zoals dat heet, lag voor hem open. De wereld? Alfonsus kende 'de wereld' nog niet en hij zou flink uitglijden en hard op zijn gezicht vallen. Als aankomend advocaatje, arrogant en flink over het paard getild,  werd hem een society-proces  toegeschoven. Hij zou dat wel eens eventjes winnen en de bewondering van heel Napels naar zich toe trekken  Maar hij verloor dat smadelijk door wat men tegenwoordig 'vormfouten' noemt. Alfonsus liep met open ogen in de val die de tegenpartij voor hem had opgezet. Hoe kon hij zo stom zijn.  Alfonsus was er kapot van.  Hij was meteen klaar met alle juristerij. 'O wereld, nu ken ik je', was zijn commentaar. Emotioneel, impulsief reagerend, sloot hij zich dagenlang op in zijn kamer en weigerde alle voedsel en drank. Na drie dagen wist zijn moeder hem te bewegen om weer te voorschijn te komen. O, die moeders!

Naar de armen

Maar wat nu? Alfonsus was wel degelijk, ondanks zijn eerzucht, opgevoed met enig sociaal gevoel. Zo kwam hij een keer per week met een paar medestudenten in het 'Hospitaal der Ongeneeslijken'. Daar werden de zieken gedropt met wie men geen raad meer wist en die opgegeven waren.  Alfonsus ging met een soort van gebedsgroep de zalen af.  Dat gaf hij nu niet op. Integendeel, hij kreeg steeds meer oog voor de noden van de lijdenden en de armen. Hij liet zich priester wijden om daar beter op te kunnen inspelen. Met een stel jonge mede-priesters zat hij al gauw regelmatig in de armenbuurten van Napels, zeer tot ongenoegen overigens van zijn vader die hem liever zag als society- en salon-priester dan als sociaalwerkende. Maar Alfonsus zocht meer. Wat wist hij zelf niet, maar hij voelde aan dat van hem als priester meer verwacht werd dan wat diakonaal werk, hoe goed en goed bedoeld dan ook. Het antwoord op zijn onbestemde ideeën en gevoelens kreeg hij toen hij eens buiten Napels kwam in de dorpen die daar verspreid lagen in de bergen. Van alle herderlijke zorg verstoken waren die mensen - meest arme herders - geestelijk aan hun lot overgelaten. Dat sprak hem wel zó aan, dat hij meteen van dorp tot dorp begon rond te trekken om daar het evangelie te verkondigen: te preken, te dopen, kinderen voor te bereiden op hun eerste H.Communie en het parochieleven te stimuleren. Terug in Napels, sprak hij zo enthousiast over het werk dat hij daar als priester gevonden had, dat hij een aantal jonge priesters bereid vond om met hem mee te gaan. Maar zo eenvoudig was dat ook weer niet. Heel wat van die jonge gezellen lieten hem vroeg of laat in de steek; niet zo verwonderlijk overigens want Alfonsus was erg fanatiek en veeleisend. Hij spaarde zichzelf niet, maar ook anderen niet. Tenslotte krijgt hij toch een min of meer  vaste groep om zich heen, maar toen ging de Kerk als instituut er zich mee bemoeien en met name de plaatselijke bisschop Falcoia: 'Wat is dat daar? Gaat dat zomaar? Wie heeft jullie verlof of opdracht gegeven om in mijn bisdom te werken? Wat voor groep zijn jullie eigenlijk?' Het leidde ertoe dat Alfonsus gedwongen werd een officieel kerkelijk instituut op te richten, een congregatie. Na veel geharrewar, gehaal en getrek, vooral van de kant van die bisschop Falcoia, werd de Congregatie van de Allerheiligste Verlosser opgericht, beter bekend als Redemptoristen (Verlosser in het latijn is Redemptor). Alle moeilijkheden nu voorbij? Allerminst.

Kerkleraar

Nu ging de  politiek er zich mee bemoeien. Met name de koning van Napels meende zijn zegje te kunnen doen en te kunnen bepalen waar die nieuwe congregatie zou gaan werken en waar niet. Dat leverde een conflict op met 'Rome', wat er toe leidde dat de congregatie in tweeën gesplitst werd, één deel in Rome, één deel in Napels.  Alfonsus werd gedwongen om zich alleen maar te bemoeien met het Napolitaanse deel. Hij stierf uiteindelijk, zeer oud voor die tijden, op 91 jarige leeftijd als bisschop van St.Agatha dei Ghoti.

Alfonsus heeft het avontuur met zijn congregatie gewoon overleefd. Hij is doorgegaan met te werken als priester waar hij maar kon. Alfonsus was een man die niet stil kon zitten. Toen hij zijn congregatie niet meer kon besturen, wierp hij zich op ander werk. Hij  begon  te schrijven. Hij werd de grote autoriteit op het gebied van de moraaltheologie, waarbij hij de kerk,  priesters, biechtvaders en predikanten, in de pastoraal het midden  leerde houden tussen gestrengheid en mildheid. Alfonsus raakte diep doordrongen van Gods liefde voor de mens in Jezus. Dat spreekt als het ware uit elke bladzijde van zijn talrijke werken. Tegen de strenge, rigoristische theologen van die tijd in, leerde Alfonsus dat de vrijheid en liefde in het heilsplan van God boven wet en gebod staan. Hij schreef vele boeken. Beroemd is zijn 'Theologia moralis', een handboek ten dienste van de biechtsvaders. Dit werk kende 73 oplagen. Zijn werk 'Homo Apostolicus'  kwam zelfs tot 118 oplagen. Ook in vele andere werken geeft Alfonsus geestelijke leiding . Hierbij benadrukt hij de roeping van de mens tot heiligheid. Zijn werken zijn in ongeveer 70 talen vertaald en in ongeveer 20.000 oplagen gepubliceerd.

Alfonsus stierf op 1 augustus 1787. Hij werd in 1839 heilig verklaard, in 1871 tot kerkleraar 'doctor zelantissimus' 'allerijverigste leraar' en in 1950 tot patroon van de biechtvaders van moraaltheologen uitgeroepen.


Kris Kras door de Bijbel

Maria Magdalena

Maria van Magdala, een dorpje aan het meer van Galilea, is een figuur waarover wel veel geschreven werd en wordt, maar waarover wij historisch eigenlijk maar heel weinig weten. Zij was een zwaarzieke vrouw, bezeten door zeven demonen. Jezus geneest haar en dit heeft blijkbaar een ommekeer, een be-kering, in haar leven teweeggebracht. Ze volgt Jezus' doen en laten tot in Jeruzalem, tot bij zijn kruisdood, zijn begrafenis, en .. . .zijn opstanding! Bij elk van de vier evangelisten wordt van haar verteld dat zij de eerste getuige is geweest van Christus' verrijzenis. Op de eerste dag van de week (op zondag dus) gaat Maria Magdalena naar het graf (terwijl het nog donker was, Jo.20,1). Het motief van haar vroege ochtendwandeling wordt niet 'rechtstreeks' vermeld, maar het is opvallend dat, eveneens in het Johannes-evangelie, in de proloog, te lezen staat: 'Wat ontstaan was, had leven in hem, en het leven was het licht van de mensen. Het licht blijft schijnen in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan' (Jo.1,3-5). Nacht en duisternis, daarin bevindt ook Maria Magdalena zich na Jezus' dood. In haar verdriet klampt zij zich vast aan de plaats waar ze haar Heer hebben neergelegd; ze dwaalt rond in de duisternis van de dood en het zal nog een tijd duren vooraleer ze het licht van zijn verrijzenis zal kunnen waarnemen.

Moeizame herkenning

Drie tekenen van Jezus' opstanding worden haar aangeboden: het eerste betreft de steen die van het graf is weggerold (Jo.20,1). Dit symbolische teken dat Jezus niet bij de doden te vinden is, maar levend is, wordt door Maria niet doorzien. Ze denkt onmiddelijk aan grafschennis en vlucht ijlings naar Petrus en de geliefde leerlingen die het gebeurde gaan onderzoeken (Jo.20,3-10).

Dan wordt haar een tweede levensteken aangeboden: twee in het wit geklede engelen zitten aan het hoofd- en voeteneinde van het graf; ze vragen aan haar waarom ze huilt. Maria Magdalena is blijkbaar niet onder de indruk van deze 'goddelijke' verschijning; haar geest blijft verduisterd: 'Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.' Ze herkent duidelijk niet Gods aanwezigheid in het graf .

Als derde teken staat Jezus zelf voor haar, maar ook nu zijn haar ogen 'niet bij machte hem te herkennen' (Lc.24,16). Ze denkt dat het de tuinman is en doet opnieuw haar verhaal over de grafschennis tot uiteindelijk Jezus haar bij name aanspreekt: 'Maria!'. In het noemen van haar naam herkent zij haar meester zoals de 'schapen zijn stem horen. Zijn schapen roept hij ieder bij hun naam, en hij brengt ze naar buiten' (Jo.10,3).

De hartelijke ontmoeting met Jezus lijkt echter al vlug gekoeld door de terechtwijzing 'Houd mij niet vast', alsof Jezus Maria's genegenheid lijkt af te wijzen. Dit kan nauwelijks de bedoeling zijn geweest. Het zich vastklampen aan Jezus toont eerder aan dat de vrouw nog niet tenvolle begrijpt wat het betekent dat Jezus uit de dood is 'teruggekeerd' . De oude vertrouwde betrekkingen kunnen niet heropgenomen worden, omdat Jezus' wederkomst geen louter lichamelijke terugkeer op aarde is. Wereldlijke omgang met Hem wordt voortaan onmogelijk. De relatie is thans die van de Verrezene die tot de Vader gaat, terwijl zijn volgelingen nog in de 'wereld' zijn. De nieuwe omgang met Jezus wordt dan ook slechts mogelijk als Maria hem erkent als degene die tot de Vader gaat.

Moeizame groei in geloof

De verschijning op zich is nog geen paasgeloof. Het is zoals de vele wonderverhalen en ziekengenezingen, slechts een teken van een diepere werkelijkheid waarin God zelf aan het werk (aan het woord) is. Daarom krijgt Maria Magdalena niet de opdracht aan de leerlingen te gaan melden dat Jezus is opgestaan uit de dood en aan haar verschenen is, maar wel de verkondigingsopdracht van een veel diepere waarheid: 'Ik (Jezus) stijg op naar mijn Vader die ook uw Vader is, naar mijn God die ook uw God is'. Het ware paasgeloof is niet het voor-waar-aannemen van een tastbare en zichtbare binnenwereldse demonstratie van dodenopstanding, maar het diepe geloof in de heilsbetekenis van Jezus' kruis, namelijk dat Jezus' vernederende en schandelijke dood een doortocht is geweest naar een hechte verbondenheid in liefde met de God van Israël die niemand minder dan zijn Vader is. Door dit paasgeloof wordt God tevens de Vader van allen die zich met Jezus, en daardoor ook met God, verbonden weten. De relatie tussen de verrezen Jezus en de leerlingen is derhalve intiemer geworden en daarom kan Jezus hen thans aanspreken met 'broeders'.

Het verhaal van Johannes eindigt dan ook als volgt: 'Daarom ging Maria Magdalena aan de leerlingen verkondigen: 'Ik heb de Heer gezien,'  en ze vertelde hun wat Hij tegen haar gezegd had.' Dit einde wordt als het ware aangevuld door Marcus' verhaal (Mc.16,11): 'Toen die (de leerlingen)  hoorden dat Hij weer leefde en door haar gezien was, geloofden ze het niet'. Opnieuw zullen er drie tekenen nodig zijn alvorens de leerlingen tot geloof komen: de verschijning aan Maria Magdalena, de verschijning aan de Emmaüsgangers, en tenslotte de verschijning aan de elf zelf.

Onder de levenden

Ook vandaag komt Jezus in duizend tekens naar ons toe. Sommigen blijven hem echter zoeken bij de 'doden', in het verleden, zich vastklampend aan het 'vanzelfsprekende' geloof van 50 jaar terug. Anderen hebben het zoeken opgegeven, het verleden helemaal voor dood achter zich gelaten, en leven thans 'verborgen' voor Gods aangezicht, in de waan dat zij geen God, geen toekomst, behoeven. Nochtans dwalen er vandaag, méér dan ooit, velen rond in een zinloos bestaan 'ten dode'.

We moeten Jezus zoeken onder de levenden, onze ogen richten naar zijn aanwezigheid, ons door hem bij name laten roepen, zijn licht in ons en door ons laten schijnen en zelf levende tekens worden van zijn aanwezigheid. Het is deze lange tocht die Maria Magdalena 2000 jaar vóór ons heeft afgelegd: van ziekte naar gezondheid, van Galilea naar Jeruzalem, van de kruisdood naar het lege graf, en tenslotte van rouwende in de duisternis naar vreugdebode van het licht.

K.Maenhout