|
Interreligieuze Raad in Suriname |
|
|
'Īd ul-Fitr boodschap
De Koran 2:23 leert ons, dat wij
dienen te vasten om ons tegen het kwaad te beschermen, om onszelf dus te
weerhouden van slechte daden. Nu de Ramadān is afgelopen, kunnen wij ons
terecht het volgende afvragen: Hoeven wij ons dan niet meer voor het kwaad te
hoeden? Het vasten is toch afgelopen?
Nee,
uiteraard is dat niet zo. Wij moeten ons altijd, ook na de Ramadān, voor
het kwaad proberen te hoeden.
De
betekenis van bovengenoemd vers is daarom niet, dat wij ons alleen maar tijdens
de vastenmaand tegen kwade handelingen moeten beschermen. Neen, als Allāh
zegt dat het vasten ons is voorgeschreven opdat wij ons voor het kwaad zullen
hoeden, dan bedoelt Hij daarmee ongetwijfeld dat wij in de vastenmaand de
discipline moeten opbouwen, om gedurende de rest van het jaar van kwade
handelingen weg te blijven.
Er is een gezegde van de Heilige
Profeet Muhammad (vrede zij met hem) waarin hij zegt, dat gedurende de
vastenmaand de poorten van de hemel wijd open zijn, dat de poorten van de hel
gesloten zijn en dat de duivels zijn vastgeketend. De waarheid van deze
overlevering zien wij gedurende iedere vastenmaand overal om ons heen.
Het
is namelijk zo, dat de Muslims tijdens de vastenmaand extra veel goede daden
proberen te verrichten, men probeert extra gebeden te verrichten, men probeert
extra liefdadigheid te betrachten, men probeert zoveel mogelijk goede woorden te
spreken, enz. enz. Inderdaad proberen de vastenden zich extra in te spannen om
goede dingen te doen en ver weg te blijven van slechte daden.
Het is logisch dat de vastende, door
al deze goede daden te verrichten, de poorten van de hemel voor zichzelf opent
en dat hij, door ver te blijven van slechte daden, de poorten van de hel voor
zichzelf sluit. En op die manier bindt de vastende zélf de duivels vast: die
duivels zijn niets anders dan de slechte verlangens die in hem leven en die hij
dus in bedwang houdt. Dat is de wijsheid achter het hierboven genoemde gezegde
van de Profeet Muhammad (vzmh).
En
uiteraard willen wij, dat de poorten van het Paradijs altijd voor ons geopend
blijven. Uiteraard willen wij, dat de poorten van de hel altijd voor ons
gesloten blijven. En wij willen uiteraard ook heel graag, dat de duivels binnen
in ons altijd vastgebonden blijven. Dit kunnen wij bereiken door goede daden te
blijven doen en door van slechte daden weg te blijven, ook nadat de vastenmaand
is afgelopen.
Dat
is dus, zoals hierboven reeds is gebleken, ook de bedoeling van Allāh geweest
toen Hij openbaarde dat het vasten ons is voorgeschreven, zodat wij ons voor het
kwaad kunnen hoeden. Allāh legt ons hier een discipline op, een maand lang, met
de bedoeling dat wij een bepaald deel van die discipline blijven behouden na de
Ramadān.
Maar goed, de mens is zwak van
geest. Zie Koran 95:4-6, waarin Allāh zegt:
De betekenis is duidelijk: de menselijke geest
neigt naar het kwade. Dat is een natuurlijk proces, zoals alles in de natuur aan
verval onderhevig is. Maar Allāh heeft ons de gereedschappen gegeven om dat
proces van geestelijk verval tegen te gaan. Die gereedschappen zijn het
verrichten van goede daden zoals gebed, vasten, liefdadigheid, enz. Daarom is
het belangrijk dat wij ieder jaar de oefenschool in zedelijke discipline, de
Ramadān dus, meemaken, omdat wij
daardoor de gereedschappen die Allāh ons heeft gegeven om onszelf te verheffen,
steeds beter leren gebruiken.
En deze gereedschappen hebben wij hard nodig om
djihād te verrichten. Djihād
wordt vaak vertaald met heilige oorlog, maar
deze betekenis is onjuist, omdat er volgens de Qur'ān geen dwang bestaat in de
religie (2:256). Verder leert de Qur'ān ons dat de Muslim slechts dįn geweld mag
gebruiken, als er tegen hem wordt gestreden (2:190). De ware djihād
is dan ook de strijd, die de gelovige met zichzelf voert om de kwade verlangens
in zichzelf te bestrijden. En deze djihād
kunnen wij dus voeren middels de gereedschappen
die Allāh ons daartoe heeft gegeven, zoals gebed, vasten en vooral: het opdoen
van kennis uit de Heilige Koran.
En uiteraard hebben niet alleen de
Muslims deze gereedschappen van de Almachtige meegekregen. Volgens de Islām
bestaat er slechts één religie die steeds in etappes door de eeuwen heen werd
geopenbaard (Koran 2:136), naar gelang de behoeften van de betreffende volkeren
en de betreffende tijdperken. Deze boodschap is dan ook voor een ieder bestemd,
of die nu Hindu is, Christen, Muslim, Jood, enz. enz., aangezien allen de
gereedschappen van God hebben gekregen om op hun eigen manier het natuurlijk
proces van geestelijk verval tegen te gaan.
Wat wij met deze korte boodschap willen
doorgeven is, dat wij ook na de Ramadān
(en andere religieuze hoogtijdagen zoals het kerstfeest) het goede moeten
blijven doen en ons van het kwade weg moeten blijven houden, omdat wij alleen op
die manier het natuurlijk proces van geestelijk verval, welke de mens eigen is,
om kunnen keren. Zeker in deze tijd van moreel verval waarin onze samenleving
verkeert, is het noodzakelijk de Goddelijke gereedschappen te gebruiken om onze
natie geestelijk te verheffen.
Moge de Almachtige ons daarom de
kracht geven om het goede te blijven doen en van het kwade weg te blijven,
zolang als wij op deze wereld leven.
God zij met ons Suriname,
Hij verhef ons heerlijk land! 'Īd mubarak, een zalig kerstfeest en een voorspoedig 2001 toegewenst. Bron: Nieuwsbrief van het IVISEP Lees ook:
|